Posts tonen met het label passend onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label passend onderwijs. Alle posts tonen

woensdag 29 augustus 2012

Verkiezingen 2012: de politiek en passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen


In een vorig blog van juni 2010 schreef ik over de toenmalige standpunten van de politieke partijen in Nederland ten aanzien van onderwijs voor hoogbegaafde kinderen.
Met de verkiezingen voor de deur doe ik een nieuwe inventarisatie, dit keer niet via directe navraag bij de partijen maar via de blog van onderwijsjournalist Ronald Buitelaar, die de onderwijsparagrafen van de verkiezingsprogramma’s heeft verzameld.
In het algemeen pakt het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap onderwijs aan hoogbegaafden op via het thema ‘Excellentie’. Vanuit dat kader zit ik ook in de werkgroep ‘Signaleren’ van de ‘Expertmeeting excellente leerlingen in het PO’, georganiseerd door het ministerie.
Het gevaar voor hoogbegaafden ten aanzien van de benadering vanuit excellentie is dat vele hoogbegaafde leerlingen niet excelleren en niet gezien en geholpen worden. Hoogbegaafd betekent immers niet altijd dat er sprake is van excelleren. Voorkomende problemen zijn oa leerproblemen, faalangst of onderpresteren. Andersom betekent het feit dat een kind excelleert absoluut niet dat het ook hoogbegaafd is. Excelleren betekent immers eigenlijk alleen maar uitblinken.
Extra aandacht voor passend onderwijs aan hoogbegaafden is dus echt nodig. Helaas blinken de meeste politieke partijen ook dit jaar niet niet uit in aandacht voor deze kinderen.
Wat zeggen de politieke partijen dit jaar:
CDA, GroenLinks, PVDA, PVV, SGP en SP spreken in hun onderwijsvisie niet over het hoogbegaafde kind.
Vier partijen doen dit wel (op alfabetische volgorde genoemd):
ChristenUnie
Schoolbesturen hebben de verantwoordelijkheid dat iedere zorgleerling met passende begeleiding, expertise en voorzieningen kan meedraaien in het onderwijs, dat er een aanbod is voor hoogbegaafde leerlingen, dat leraren niet overbelast worden en dat ‘gewone’ leerlingen niet tussen wal en schip vallen.
D66
Studenten die jonger zijn dan 17 en willen deelnemen aan hoger onderwijs, zoals hoogbegaafden, komen bij D66 ook in aanmerking voor financiële ondersteuning.
Partij voor de Dieren
Op passend onderwijs wordt niet bezuinigd, zodat kinderen die extra aandacht en begeleiding nodig hebben dat krijgen. ook programma’s en speciaal onderwijs voor hoogbegaafde kinderen wordt ondersteund.
VVD
De VVD wil ruim baan geven aan het gymnasium, en hoogbegaafdheid moet serieus worden genomen. We willen in ons onderwijs meer aandacht voor talentvolle leerlingen.
Lees alle complete onderwijsvisies van deze politieke partijen via de website van Ronald Buitelaar.
(In deze blog is geen rekening gehouden met eventuele nieuwe amendementen)

dinsdag 28 juni 2011

Over nieuwe richtlijnen AD(H)D

Op vrijdag 24 juni ben ik naar een rondetafelgesprek geweest inzake AD(H)D problematiek. Deze werd georganiseerd door Lea Bouwmeester, lid van de Tweede Kamer voor de PvdA en voorgezeten door Maaike Baggerman, stagiaire Tweede Kamerfractie PvdA en student Vraagstukken van Beleid en Organisatie.

Medio februari heeft Lea Bouwmeester schriftelijke vragen gesteld aan de minister van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), naar aanleiding van een rapport van de ‘Stichting Nederlands Comité voor de Rechten’ (Scientology kerk). De Kamervragen richtten zich vooral op diagnose en medicatie, dit mede op basis van de publiekelijke aandacht voor de zogenoemde ‘AD(H)D-epidemie’ en de publieke mening dat artsen te gemakkelijk diagnosticeren en medicatie voorschrijven. De antwoorden op deze Kamervragen zijn hier terug te vinden.

Lea Bouwmeester wilde ook antwoorden uit het veld van patiënten, ouders, experts, ervaringsdeskundigen, wetenschappers en artsen. Daarbij heeft zij een enquête uitgeschreven voor ouders en patiënten, zodat hun perspectief op het thema duidelijk op tafel zou komen. Deze enquête is inmiddels afgerond. De PVDA is nu bezig met het verwerken van de resultaten hiervan.

De hoofdvraag is: moet er iets veranderen in de richtlijnen die er nu liggen voor AD(H)D? De minister van VWS schreef in haar antwoord op de Kamervragen oa het volgende over de huidige richtlijnen van AD(H)D “De multidisciplinaire richtlijn ADHD (2005) stelt dat de behandeling van ADHD in het algemeen op twee pijlers berust: medicatie en gedragstherapeutische / psychosociale behandeling. Er is tevens een medicatieprotocol ADHD beschikbaar op de website van het Landelijk Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie. Methylfenidaat, het middel dat als eerste wordt ingezet bij de medicamenteuze behandeling van ADHD, is uitgebreid wetenschappelijk onderzocht bij kinderen. Het medicatieprotocol ADHD is in maart 2010 geactualiseerd en gebaseerd op de laatste wetenschappelijke inzichten.”

Voorlopige conclusie van Lea Bouwmeester half april was: ‘De bestaande richtlijn AD(H)D is te vrijblijvend.’

Zowel privé als beroepsmatig een eigen visie en mening hebbende rond het thema AD(H)D heb ik mij aangemeld voor een rondetafelgesprek, waarop uitnodiging volgde.

Het verzoek was 3 punten aan te leveren rond het gespreksthema waarvan ik vond dat deze besproken moesten worden. Dit geeft ruimte voor een brede discussie, wat goed is. Voor mij waren de 3 punten:
1.     diagnosticeren
2.     medicatie
3.     passend onderwijs

Omdat je in een rondetafelgesprek, doordat je het verloop niet kunt voorspellen,  niet altijd alles kunt vertellen wat je wilt vertellen had ik mijn punten na de uitnodiging ook schriftelijk toegelicht.

Gelieve in mijn verslag AD(H)D te lezen als ADHD en ADD.

1.     Diagnosticeren
'If you look like a duck, walk like a duck and you talk like a duck . . . you must be a duck.' Wie kent deze uitdrukking eigenlijk niet. Voor mij gaat deze ook op voor dit thema. Iets is niet altijd wat het lijkt. Dit filmpje laat dit ook heel duidelijk zien. Dit betekent dat er voor mij terug moet worden gegaan naar de basis. Wat is AD(H)D eigenlijk: een optelling van – deels of volledig aanwezige - kenmerken, die echter ook naar een andere conclusie kunnen leiden dan naar AD(H)D. Dus geen onweerlegbare zaak zoals door bloedonderzoek is aan te tonen, maar een optelling van meningen. En meningen kunnen soms niet kloppen. Meningen, maar ook wetenschappelijke bevindingen, veranderen ook steeds. Dit blijkt ook uit het feit dat we nu al toe zijn aan de 5e uitgaven van de DSM. Ik wil hiermee absoluut niet impliceren dat AD(H)D niet bestaat. Daarbij ook ruimte latend voor de scheiding ADHD en ADD.

In mijn werk met kinderen (zie http://I-CARUS.info) constateer ik dat heel veel kinderen tot het zijn van een ‘duck’ beoordeeld en veroordeeld worden, voordat ze officieel in het onderzoekscircuit zitten. Dit door oa de maatschappelijke en onderwijs omgeving. Dat is een kwalijke zaak. Daarbij kan er door vroege diagnoses (ieder kind ontwikkelt zich op een eigen manier en tempo) een etiket op een kind belanden dat niet terecht is en schadelijk. Een fout etiket geeft immers geen passende hulp, maar mogelijk zwaardere schade.

De gevolgen hiervan zijn soms desastreus! Kinderen die in het speciaal onderwijs belanden en daar nog verder afglijden omdat de (onderwijs)omgeving helemaal niet meer passend is. Dat oa is mijn werkpraktijk – die kinderen weer terughalen in het reguliere onderwijs en onterechte etiketten verwijderen. De verhalen van ouders en kinderen zijn soms hartverscheurend en de littekens bij hun groot. Het kind wordt bekeken op etiket(ten) ipv signalen. Signalen die daarbij verkeerd gelezen worden omdat de visie DSM IV gericht is.

Soms is er sprake van hyperactiviteit, onoplettendheid en/of impulsiviteit zonder dat er sprake is DSM IV/permanente problematiek. Soms zijn signalen ook geen problemen, zijn het alleen signalen van dat er is iets anders bij dit kind. Anders betekent echter niet minder of slecht. Anders kan zijn omdat er - zoals genoemd werd in het rondetafelgesprek – sprake is van bijvoorbeeld een hechtingsstoornis of hoogbegaafdheid. Je spreekt dan van ADHD kenmerken door een andere achtergrond, waarbij er geen aanleiding is meteen te zeggen dat de problemen permanent van aard zijn. Om met de woorden van een aanwezige moeder te spreken: kijk achter het gedrag van het kind.

Vroegsignalering is wel goed, kijken naar wat je ziet en hulpverlening opzetten als er negatieve gevolgen uit de signalen voort komen of verwacht worden. Een etiket moet geen vereiste zijn voor hulpverlening, wat nu eigenlijk wel zo is. Ouders en scholen moeten nu vaak lang wachten op hulp door procedures.

Aan te bevelen is een bredere ingang van de diagnose instellingen, waarbij er niet DSM IV op de voordeur staat, maar signalering. Ook achter de deur een brede visie en expertise, er zijn immers veel meer vogelsoorten dan de ‘duck’. De achterdeur niet alleen DSM IV, maak daar een andere uitgang van zodat het kind kan gaan door de deur die hem of haar echt past en geef het de ook de kans om ook weer via de voordeur te vertrekken als het achteraf niets in het gebouw te zoeken had.

Niet iedere huisarts is een vogel expert, om het zo maar te noemen, en het spreekt dus vanzelf dat de taak van de huisarts ophoudt bij de constatering dat het een vogelachtige is. Het is mooi als de huisarts kan aangeven dat het mogelijk een watervogel is, of juist geen watervogel, het kennen van de complete vogel encyclopedie is echter niet zijn taak - daarmee schiet je aan de functie van de huisarts voorbij. Hetzelfde geldt wat mij betreft voor de medicatie instelling.

In een breed spectrum kijken naar een kind: waarom ontwikkelt het zich zo – met respect voor het eigen tempo en de eigen manier van groei. En respect voor de ouder als expert over het kind.

Niet de signalen als alleen negatief uitleggen maar ook de talenten ervan zien: het zijn vaak kinderen (en volwassenen) die erg creatief zijn – in denken en doen, vol energie aan de slag gaan, willen groeien en vooruit willen. Zich kunnen hyperfocussen en kunnen daardoor in zeer korte tijd tot bijzondere prestaties kunnen komen. Deze kenmerken passen echter niet altijd in het patroon dat de maatschappij volgt op het gebied van onderwijs, werk en dagelijks leven.

Wat ook besproken is die middag is wat er na de diagnose gebeurt. Sommige kinderen komen met meerdere etiketten de diagnose instelling uit. De praktijk laat zien dat je voor ieder etiket bij een ander adres moet zijn, wat het kind niet ten goede komt. Voor scholen is dit ook niet duidelijk. Door op basis van signalen te werken ipv etiketten – diagnoses DSM IV overlappen elkaar immers en de oorzaak van de problemen liggen niet altijd in DSM IV – kan de hulpverlening beter opgezet worden. Ouders sjokken van adres naar adres, waar ze mogelijk tegengestelde adviezen krijgen en niet de eenduidigheid en ondersteuning die ze zo hard nodig hebben!

2.     Medicatie
Zoals bedoelt met het rondetafelgesprek geef ik over het thema AD(H)D, waarbij dus ook medicatie mijn mening en visie, zoals anderen dit ook gedaan hebben in dit gesprek. Mijn mening is persoonlijk en wijst andere meningen niet af als onjuist. Wel of geen medicatie is een persoonlijke keuze, waarbij ik wel wil aangeven dat dit op jonge leeftijd niet een keuze is die het kind zelf maakt; de beslissing wordt voor het kind genomen, de gevolgen - positief en/of negatief – zijn echter voor het kind.

Zoals gezegd in het antwoord van de Minister van VWS op de Kamervragen over AD(H)D is de aanpak van AD(H)D in Nederland vooral gebaseerd op medicatie en gedragstherapeutische / psychosociale behandeling. Dat is niet goed gezien bovengenoemde (ad 1. Diagnosticeren) en omdat er nog steeds niets bekend is over lange termijn gevolgen van het gebruik van medicatie. Het aantal gebruikers van AD(H)D medicijnen stijgt explosief. In 2006 steeg het met 30 procent vergeleken met het jaar ervoor. Dat geeft terechte vraagtekens.

Wat ook speelt is helaas de praktijk dat sommige scholen, waarvan een moeder getuigde in het rondetafel gesprek, druk uitoefenen richting medicatie gebruik, zonder dat er een diagnose gesteld is! Een punt is ook de basis voor de hoeveelheid medicatie die moet worden voorgeschreven Waar de een in het rondetafelgesprek sprak van een standaard waarbij het gewicht van het kind de basis vormt, geeft de ander aan dat dit kan leiden tot over- of ondergebruik van de medicijnen.

Er is een grotere kans dat kinderen gaan experimenteren met alcohol en drugs. Ook is het risico wat groter dat ze met de politie in aanraking komen door diefstal of vechtpartijen. De medicijnen lijken dus ook ongewenste effecten te hebben op het gedrag. Uit onderzoek bleek dat dit dus niets van doen heeft met de diagnose zelf, er werden AD(H)D gediagnosticeerden met medicatie gebruik en niet-gebruik met elkaar vergeleken.

Kinderen die Ritalin gebruiken worden korter en blijven lichter van gewicht; gemiddeld 2,5 centimeter korter en ongeveer 2 kilo lichter. Het achterblijven in de groei werd aanvankelijk beschouwd als het gevolg van AD(H)D, maar dat bleek niet het geval. De bijsluiter waarschuwt voor oa hartproblemen en een mogelijk grotere kans op zelfmoord.

Daarbij opgeteld dat uit de onderzoeken duidelijk wordt dat behandeling van AD(H)D met medicijnen niet effectiever is dan gedragstherapie is medicatie niet mijn eerste keuze. Mogelijk is dit voor anderen wel zo.

In het rondetafelgesprek is zowel over medicatie als alternatieven of een combinatie hiervan besproken.

Een aanwezige neurofeedback specialiste, met ervaring met ADHD in persoonlijk levenssfeer, gaf aan goede succes hiermee behaald te hebben. Ik ben niet bekend met neurofeedback, ken ook niemand met positieve of negatieve ervaringen hierover. Ik kan dus niets zeggen hierover. Het is denk ik wel de energie en tijd waard om te kijken naar deze optie. Het zelfde geld voor voeding, waar voor anderen een antwoord ligt. Deze optie is alleen genoemd, niet uitgebreid besproken tijdens het rondetafelgesprek.

Waar ik wel iets over kan zeggen is de aanpak om kinderen inzicht geven in de problematiek van de signalen en hun tools geven om hier mee om te gaan, om zo beter te kunnen functioneren thuis, op school en in de overige maatschappij. Dit vanuit mijn beroepsachtergrond en dus dagelijkse praktijk. Ik begeleid kinderen die hyperactief, onoplettend en/of impulsief zijn, tegen (leer-)problemen aanlopen thuis en op school.

Aanpak vanuit de basis van bewustwording van de problematiek zoals hyperactiviteit en impulsiviteit is samen met het kind kijken wanneer dit van toepassing is, waarom en hoe het kind hierover controle kan krijgen door die bewustwording en door het geven van tools die het kind na oefening zelf kan toepassen. Inzicht geven dus. Voor een kind is het eigen gedrag de norm, spiegeling is daarom nodig. Je laat dan het etiket los en kijkt naar de praktische problematiek met een oplossingsgerichte houding.

Onoplettendheid, concentratie- en automatiseringsproblematiek is iets wat ook veel speelt bij deze kinderen. Voor deze onderwerpen geldt hetzelfde, waarbij hun manier van denken en leren – die vaak visueel is – een grote rol speelt. Hun talent voor hyperfocussen kan hier ook een grote rol bij spelen. Dat gezegd hebbende zit ik eigenlijk meteen bij mijn 3e onderwerp:

3.     passend onderwijs
Ik had hier graag uitgebreid over gesproken, helaas stond de tijdsfactor dit niet toe. Ik ben dus achteraf blij dat ik mijn punten ook al schriftelijk had toegelicht.

Wat ik had willen zeggen is het volgende:
Ik constateer vanuit mijn praktijk en ervaringen dat het onderwijs voor deze kinderen veelal niet passend is. Niet alleen de methodes en de toepassing hiervan in de klassen,  maar ook de onderwijs inrichting zelf (oa grote klassen, bottom up onderwijs, het non-visuele leersysteem). Wat ik een zeer groot gemis vind is dat expertise bij leerkrachten ontbreekt over kinderen die deze signalen vertonen. De neiging is er om als leerkracht zelf al de diagnose te stellen en kinderen meteen te beoordelen en veroordelen en daardoor het oog niet meer te richten op het kind en diens signalen juist af te lezen. Dit is oa een gevolg van dat onderwijs opleidingen weinig tijd en aandacht geven aan deze problematiek. De praktijk wijst er ook duidelijk op dat er een grotere en sneller voorhanden aansluiting moet komen met de hulpverlening, waarbij niet de diagnose maar de signalen van het kind centaal staan. Hier ligt dus een grote taak voor de Minister van Onderwijs.

Lea Bouwmeester legt haar bevindingen en voorstellen vast in een initiatiefnota. Deze nota wordt besproken met de minister van VWS en de Tweede Kamer. In de nota gaat Lea Bouwmeester voorstellen de richtlijn AD(H)D te vernieuwen. Naast medicatie moeten ook andere behandelmethoden zoals gedragstherapie en neurofeedback meer aandacht krijgen. Het stellen van de diagnose moet volgens haar alleen in de tweede lijn plaatsvinden, niet meer door huisartsen. Dus als het jongeren betreft binnen een afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie.’

Afsluitend wil ik zeggen dat ik erg blij ben met de mogelijkheid die ik van Lea Bouwmeester heb gekregen om mijn mening en visie te delen. Mijn dank daarom aan haar en Maaike Baggerman. Dank aan de rondetafel gespreksgenoten voor het luisteren en dat ik hun visie en meningen mocht aanhoren.

Dorien Kok

maandag 21 maart 2011

Er is geen weg terug na passend onderwijs

Aan de Minister van Onderwijs en de Tweede Kamer

Ik bracht, zoals eigenlijk altijd, mijn zoon naar school vanmorgen. Het is feest in school deze week, de start van de lente wordt gevierd.

Zoonlief van 7 verheugde zich op deze ochtend, hij zou namelijk met de hele klas samen ontbijten – in het kader van de lenteweek.

Vanaf een paar meter afstand heb ik hem onbemerkt zitten bekijken, vol verwondering. Hij is gelukkig in deze klas, het straalt er dik vanaf. Het straalt van alle kinderen in zijn klas af.

Zijn school bestaat pas sinds begin dit schooljaar. Als ouder heb ik het initiatief genomen om hier in Huizen een Leonardoschool te starten, voor mijn hoogbegaafde zoon. Leonardoscholen bestaan pas sinds 2007, te laat dus voor mijn oudste 2 hoogbegaafde kinderen – voor wie een school als deze een leven aan verschil zouden hebben gemaakt.

Ik heb het initiatief genomen, niet omdat het slecht ging met de jongste, maar uit voorzorg. Stel dat de - fantastische - school waarop hij toen zat hem geen passend onderwijs aanbod meer kon geven, of dat de kloof tussen hem en de rest van de klas te groot zou worden…

Ik dacht voor de start dat er voor hem weinig verschil zou zijn tussen de reguliere school en de Leonardoschool, hij zat daar immers goed. Wat hebben wij ons vergist…..

Als we het hebben over passend onderwijs voor een hoogbegaafd kind, dan is dit het. Hier kan geen reguliere school, hoe goed deze ook hun best doet, tegenop.

Fulltime zijn bij kinderen die zijn zoals jij,
Fulltime een juf die je echt ziet wie je bent, wilt en kan,
Fulltime leren op de manier waarop jij leert en denkt,
Fulltime leren hoe je moet leren, omdat je door je vlotte ontwikkeling die vaardigheden soms mist,
Fulltime uitgedaagd worden je grenzen te verleggen, breder en dieper op de materie in te gaan,
Fulltime op groep 7 niveau mogen functioneren terwijl je gewoon bij leeftijdgenootjes in klas 4 zit,
Fulltime een breder leeraanbod door veel meer vakken,
Fulltime het recht hebben op wat gezonde faalangst omdat dingen nu eindelijk eens nieuw zijn voor je,
Fulltime geen buikpijn krijgen van school, integendeel: als je ziek bent ook naar school willen,
Fulltime jezelf mogen zijn….

Ik zeg dit nu voor mijn en vele andere hoogbegaafde kinderen, maar dit verhaal speelt natuurlijk ook aan de andere kant van het spectrum – bij minderbegaafde kinderen. Zelfs een simpele grafiek als de Gausse curve maakt dit heel duidelijk.


Of wat dacht je van de grafiek van Rob Brunia: Een hoogbegaafd kind stroomt al in groep 1 op een veel hoger niveau in bij het reguliere onderwijs. Het kind heeft nauwelijks raakvlakken en ook door de school kunnen deze niet worden bereikt. Het kind wordt juist steeds gedwongen zich aan te passen / gebukt te gaan. In deze grafiek kan er aan de onderkant nog een lijn bijgetrokken worden, voor de laagbegaafde kinderen. Hoeveel meer informatie heb je nodig dan dit plaatje om te beslissen over passend onderwijs?


In de dagelijkse praktijk hou ik me bezig met dat kinderen, die eigenlijk alleen hoogbegaafd zijn, door gedragsproblemen die lijken op ADHD en autisme verkeerde diagnoses krijgen. Gedragsproblemen die ontstaan zijn doordat het kind niet gezien wordt als wie het is en dat het geen passend onderwijs krijgt. Ik haal zelfs kinderen uit het speciaal onderwijs weg, kinderen die onjuist gediagnosticeerd zijn en eigenlijk alleen maar hoogbegaafd zijn. Ik zie in dezelfde dagelijks praktijk hoe het fout gaat voor deze kinderen. Ik hoor hun verhalen en die van hun ouders, ik hoor hun verdriet. Ik zie ook mijn eigen verdriet.

Ik word dan ook langzamerhand misselijk van dat de Minister zegt: ‘alle jongeren hebben recht op onderwijs. Dat recht wordt beschermd door de leerplicht. Ieder kind hoort een passende plek in het onderwijs te krijgen waarbij zijn of haar talenten het beste tot uiting komen, maar dat dit in de praktijk niet zo is en ook niet zo wordt.

Voor mijn kinderen, maar ook voor mijzelf,  is dat iets wat er nog nooit geweest is, nu ook niet in het reguliere onderwijs en als het aan de huidige koers van de Minister ligt ook niet zal blijven via de Leonardoscholen. Mijn kind is echter ook een kind die in de groep ‘Ieder kind’ valt! Echter over mijn kind zegt ze: ‘Ouders kiezen zelf een voor een Leonardo school en het is bekend dat daar een ouderbijdrage voor wordt gevraagd. De ouderbijdrage wordt echter gevraagd omdat Nederland gefaald heeft om passend onderwijs voor deze kinderen neer te zetten en het deze vorm van passend onderwijs nu niet wil betalen. Hoogbegaafdheid is immers een kans ….

Een hard woord, gefaald, maar wel een feit. En nu er aan alle kanten gesneden wordt aan passend onderwijs blijft er weinig hoop over voor mijn kind, ondanks dat hij volgens de minister dezelfde rechten heeft als ieder kind. Leonardoscholen komen in de problemen omdat de financiering een groot probleem is.

Voor kinderen die onderwijs op maat hebben gehad – dus niet alleen de Leonardoschool kinderen - en waarvoor hier nu aan de rem wordt getrokken is er echter geen weg terug richting het reguliere onderwijs. Als het onderwijs dat je had al passend was, wat heb je dan in het reguliere onderwijs te zoeken…..

Er is dus geen weg terug, ondanks de plannen die er liggen. Waar moet een een hoogbegaafd kind dan heen als het Leonardo onderwijs onbetaalbaar blijkt? Thuisonderwijs? Dat mag hier ook al niet…

Er is geen weg terug na passend onderwijs.

Mijn eerdere blog over Waarom speciaal onderwijs voor hoogbegaafde kinderen is hier te lezen.

maandag 12 juli 2010

Een lief meisje

Een lief, maar ook pittig meisje gaat met 4 jaar naar school. Ze kan dan al lekker lezen en schrijven, wat door de ouders wordt aangegeven bij de start.

School geeft na enige tijd aan dat ze onoplettend is. Ze kan de aandacht er maar niet bij houden. Wat is er aan de hand.

School vindt dit steeds problematischer worden, geeft aan dat er naar gekeken moet worden.

Uiteindelijk valt er een woord: ADD.

Onderzoek bevestigd dat het meisje inderdaad onoplettend is op school. Thuis is ze er ook niet altijd bij met haar hoofd, ze is erg “stoffig”. Conclusie: ADD oftewel een aandachtstekort stoornis, medicatie is mogelijk. Ouders willen het beste voor hun kind en stemmen hier in toe.

In de jaren hierna gaat het steeds slechter met dit meisje. De diagnose wordt aangevuld met PDD-nos (autisme) en ODD (oppositioneel opstandig gedrag), de medicatie wordt verhoogd. Ze lijkt steeds meer problemen te krijgen met de wereld om haar heen en wordt verbaal en lichamelijk agressief.

In haar jaren op het voortgezet onderwijs trekken de ouders het niet meer. Er wordt een paar maal gesproken over uit huis plaatsing. Het meisje wil dit niet en wordt angstig van de gedachte hieraan. Het hele gezinsleven draait om de dochter, de andere kinderen hebben er knap onder te lijden. Ook onder de agressie van hun zus.

Als het meisje 16 is gebeurt er wat. Ze stopt met haar medicijnen. Ze wil die niet meer.

En dan gebeurt er iets vreemds: de agressie verdwijnt. De wolk aan mist om haar hoofd is weg, zoals ze het zelf zegt. Was er dan toch iets anders aan de hand?

Ja, de ouders waren in de val getrapt die er rond hoogbegaafdheid ligt.

Als een kind hoogbegaafd is, maar niet dat op school krijgt wat het nodig heeft, daarbij ook niet aangeboden op de manier waarop het denkt en leert, dan kunnen er gedragsproblemen ontstaan.

Bij jongens lijkt dit vaak op ADHD, bij meisjes vaker op autisme. Omgekeerd of beide komt ook voor.

In de praktijk betekent deze diagnosestelling dat de oorzaak van de gedragsproblematiek in het kind gelegd wordt. Vaak na aangeven van school. Het is voor school logischer om de oorzaak van gedragsproblemen in het kind te leggen. Dat het aan de school (omgeving) kan liggen, dat kwartje valt meestal niet.

Dat doen leerkrachten niet expres. Gebrek aan expertise op dit gebied, bij zichzelf, in de school, bovenschools, de leerkrachtenopleidingen, maar ook bij de Expertise Centra, kan ook bijna niet leiden tot een andere conclusie dan dat het aan het kind moet liggen.

Ouders gaan vaak mee in dit verhaal omdat ze niet beter weten, alhoewel er nu meer informatie is over hoogbegaafdheid dan zo’n 10 jaar geleden. Zij zijn immers niet de experts. Als mijn kind maar geholpen wordt. Met een diagnose is er tenminste kans op een Rugzak en dus op hulp. Wat zij en ook school zich niet realiseren dat de hulp gebaseerd is op problematiek IN het kind, terwijl de oorzaak BUITEN het kind ligt. De hulp zal dan ook niet aanslaan en verergering van de gedragsproblemen kan het gevolg zijn.

Voor de toekomst kan en moet dit anders. De medische en school experts moeten zich beter realiseren dat gedragsproblematiek ook voort kan komen uit de omgeving.

Autisme en ADHD experts moeten zich gaan bijscholen op het gebied van hoogbegaafdheid of er experts bij halen op dit gebied. Hoogbegaafdheid is namelijk net zo’n expertise als autisme en ADHD.

Ze moeten zich realiseren dat het onderzoek breder moet. Als ouders, vaak op aandringen van school, bij gedragsproblemen van hun kind een autisme/ADHD centrum binnen lopen dan is het niet goed dat er alleen uitgangen zijn die leiden tot de conclusie autisme en/of ADHD.

Leraren opleidingen moeten een inhaalslag maken op het gebied van het onderwijzen van toekomstige onderwijzers op het gebied van hoogbegaafdheid. Het basisniveau van waaruit iemand onderwijzer kan worden moet worden opgeschaald naar VWO niveau.

Scholen moeten investeren in bijscholing en Plusklassen. Daar moeten ze experts voor in huis halen.

De juiste route voor het kind is eerst begaafdheidsonderzoek te laten doen door een begaafdheidsspecialist. Dan bij geconstateerde hoogbegaafdheid het onderwijs passend maken, al is daar een schoolwissel voor nodig. Mochten er na het aanbieden van continue passend onderwijs nog steeds gedragsproblemen zijn dan is het tijd om richting autisme en ADHD te gaan. Eerder niet.

Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info

maandag 28 juni 2010

School hoogbegaafde kinderen in nood

Afgelopen donderdag was er in de uitzending van Hart van Nederland bij SBS 6 een reportage te zien over de Leonardo school Eemland in Amersfoort.
Aan het woord kwamen Csilla en haar zoon Attila, Marjon en haar zoon Tico en Paul Kuipers, de directeur van de school.

Op de Leonardo school in Amersfoort wordt sinds maart dit jaar fulltime passend onderwijs gegeven aan hoogbegaafde kinderen. De vol enthousiasme gestarte school is een groot succes. Waar er voor de start bij deze kinderen sprake was van boosheid, gefrustreerdheid en probleemgedrag in verband met school, hebben we het nu over compleet andere kinderen: kinderen die blij zijn met de uitdaging en extra vakken die ze op school krijgen. Kinderen die vrolijk thuis komen. Binnen 2 weken na de start in januari, lees hier over het openingsfeest, gaven ouders op een bijeenkomst aan dat ze eindelijk gelukkige kinderen hebben die goed in hun vel zitten.

Moeilijk te begrijpen is dan het nieuws dat het financiële plaatje niet dekkend te krijgen is. De geplande uitbreiding van 2 naar 3 groepen gaan niet door, ondanks dat vele nieuwe ouders met hun kinderen in de startblokken klaar staan.

Om Leonardo scholen financieel op weg te helpen wonen deze bij gewone scholen in.
Dit geeft de garantie op de reguliere overheidsbijdrage voor de leerlingen. Leonardo onderwijs is, omdat het speciaal onderwijs, echter duurder dan het reguliere onderwijs.

Er moet dus geld bij, net zoals bij speciaal onderwijs aan de minderbegaafde kinderen – het spiegelbeeld van Leonardo onderwijs, voor wie dit standaard is geregeld. De overheid heeft tot nu echter niet de aparte status van Leonardo onderwijs erkent.

Hoogbegaafdheid is volgens de overheid een kans, helaas ziet de praktijk dit anders: 50 tot 80% van de hoogbegaafde kinderen is niet gelukkig op de huidige school, met soms vergaande gevolgen. Daarbij rondt maar 16% van deze kinderen een universitaire studie succesvol af. Dat betekent dat 84% afhaakt!

We moeten dus af van idee dat hoogbegaafdheid een luxeprobleem is. Met de woorden van Paul Kuipers: “Dit zijn ernstige zorgkinderen, ze hebben aparte begeleiding nodig.”

In Zoetermeer is de situatie net zo ernstig als in Amersfoort: schoolbestuur Unicoz geeft aan dat er een duidelijk draagvlak is voor het Leonardo onderwijs. Echter geen geld. Deze onderwijsvorm blijft voorlopig op de Floriant bestaan, er worden alleen geen nieuwe leerlingen aangenomen.

Ouders van de Leonardo in Zoetermeer hebben zich via een Stichting verenigd om een halt toe te roepen aan het buiten de boot vallen van hoogbegaafde kinderen.

Zowel zij, hun kinderen en de leerkrachten zijn zeer tevreden over het Leonardo onderwijs op de Floriant. Iedereen gaat dagelijks met veel plezier naar school.

Leonardo ouders uit heel Nederland hebben samen de landelijke politieke situatie van hoogbegaafde kinderen geïnventariseerd. Via vooral de VVD en GroenLinks liggen er begrip en goede voornemens op tafel. Echter, de Leonardo scholen kunnen niet eindeloos wachten tot de politiek er een keer aan toe is om aan deze groep kinderen te denken. De houding van de PVDA ten aanzien van deze kinderen biedt daarbij ook weinig hoop.

In Huizen, waar de Leonardo school in augustus start, heeft de lokale politiek het wel begrepen. De plaatselijke wethouder van onderwijs, Liesbet Tijhaar, geeft duidelijk aan dat er sprake is van een achterstand in de onderwijs onderwikkeling voor deze kinderen. De Gemeente heeft al een geldelijke toezegging gedaan om die achterstand weg te werken. Dit bedrag is niet kostendekkend, maar biedt wel hoop voor Huizen.

Nu nog hoop voor de andere Leonardo scholen.

Bekijk de uitzending via:
School hoogbegaafde kinderen in nood

Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info

zaterdag 19 juni 2010

Van H naar Beter

Je bent als ouder na jaren vechten voor je kind blij dat je eindelijk een school hebt gevonden waar je kind wel fulltime passend onderwijs kan krijgen. Maar dan blijkt er in de praktijk een probleem te zijn die het hele verhaal een plots en vervelend einde kan geven: het vervoer.

Dit probleem speelt in heel Nederland.

De kinderen waar het hier om gaat wonen in Hilversum, Weesp of zelfs verder zoals in Purmerend. Zij gaan per augustus naar een school in Huizen, de Leonardo school.
Daar start dan een nieuwe schoolafdeling die hun kind wel kan bieden wat al die andere scholen in hun eigen woonplaats niet konden.

Voor sommige ouders wordt dit mogelijk nog een verhaal zonder gelukkig einde. Ze lopen tegen problemen aan op het gebied van vervoer, waarbij ze dus hoopten op hulp van hun gemeentebestuur.

Helaas, waar bijvoorbeeld de gemeentes Venlo, Utrecht, Zwolle, Rotterdam, Sliedrecht en Zutphen ouders geholpen hebben is er in deze regio sprake van gemeentes die op nee staan voordat er ook maar een aanvraag leerlingenvervoer is ingediend.

Met dat slechte nieuws nog in hun oren hebben ouders de afgelopen vrijdagavond samen overlegt, voor een oplossing voor “ van Hier naar Beter”.

Het gaat om meerdere problemen, waarvan de meest simpele nog is: hoe kom ik ’s morgens om half 9 op 2 adressen te gelijk. Niet alle kinderen uit het gezin gaan naar de Leonardo school, dus is er sprake van dat ze om half negen op een school in hun woonplaats moeten staan, maar ook op de stoep van de Leonardo school in Huizen.

Een vader heeft aangeboden om 2 maal per dag met zijn auto heen en weer te rijden tussen Hilversum en Huizen. Daarbij mogelijk niet realiserend wat voor impact dat heen en weer rijden heeft. Een moeder uit Almere heeft die impact al ondervonden doordat ze een jaar lang, als tussenoplossing, in totaal 22.000 kilometer extra heen en weer reed tussen huis en school. Kosten: ruim € 4000. ’s Morgens in de file, daardoor vaak te laat op school. Niet naar school kunnen bij gladheid, zoals afgelopen jaar vaak gebeurde. Daarbij geen baan kunnen hebben omdat je aan het heen en weer rijden blijft, vooral op vrijdag als één kind nog wel ’s middags naar school moet en de andere niet. En zij is nog niet eens de recordhouder, dat is een moeder uit Rotterdam. Die had een zoon die naar Venlo moest voor passend onderwijs, op de Leonardo school daar. En wat als je zelf geen auto hebt?

Dat is dus eigenlijk geen oplossing. Wat dan wel: vergoeding van reiskosten, zodat de ouders het reizen kunnen betalen of samen een professionele oplossing kunnen betalen. Zoals eigenlijk normaal is voor kinderen die naar het passend onderwijs toe moeten reizen omdat het in hun eigen woonplaats niet voorhanden is.

Ik wil geen oordeel vellen over gemeentes die op nee staan. Ik wil wel dat ze nadenken over de impact die hun nee op de gezinnen heeft. Voor sommigen gezinnen zal dit namelijk betekenen dat ze toch nee moeten zeggen tegen de Leonardo school. En dat betekent dat de ouders hun kinderen terug moeten sturen naar een schoolsituatie waar hun kinderen niet gelukkig zijn en waar ze niet krijgen waar ze, net als ieder ander kind, recht op hebben: passend onderwijs.

Mocht je als lezer van dit stuk een oplossing weten of kunnen bieden voor dit probleem, mail me dan via dorien@i-carus.info.

Voor meer informatie over de Leonardo school: Leonardo Gooi en Eemland.

Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info

donderdag 10 juni 2010

Nederlandse talenten: wel de start, maar niet de finish.

Om in het hoger onderwijs terecht te komen moet je eerst langs start: de basisschool. Daarna het Voortgezet Onderwijs.

Uit onderzoek is gebleken dat maar 16% van de Nederlandse talenten de finish haalt, oftewel een universitaire opleiding succesvol afsluit.
De rest haakt vroegtijdig af, in verband met ons huidige onderwijssysteem, dat niet gericht is op onderwijs aan getalenteerde en hoogbegaafde kinderen.

Dat er een link ligt met het huidige onderwijssysteem is denk ik wel bewezen door onderzoeken voor het basisonderwijs zoals van het AOB – 80% van de leerkrachten herkent een hoogbegaafd kind niet en een zelfde aantal leerkrachten weet niet wat het hoogbegaafde kind nodig heeft (2008)- en het recente gepubliceerde onderzoek van CNV Onderwijs over labelkinderen.

Het logisch gevolg van dat de overheid geen passend onderwijs biedt aan hoogbegaafden in Nederland is het ontstaan van de Leonardo scholen, voor basis onderwijs en voortgezet onderwijs (VO). Deze scholen bieden het spiegelbeeld aan onderwijs dat gegeven wordt aan kinderen die minderbegaafd zijn, oftewel het speciaal onderwijs.

Het gaat niet alleen om de technische mogelijkheden. Waar het ook om gaat is de inhoud, die er voor moet zorgen dat de student de VO opleiding zo passend ervaart dat hij of zij niet afglijdt van het VWO naar misschien wel de VMBO. Dat deze niet afhaakt omdat de manier van lesgeven niet hoort bij de manier van leren. Dat de studie een uitdaging is en de student niet 50% van de tijd niets te doen heeft, niet gemotiveerd en gestimuleerd wordt.

Er is sprake van groei op dit gebied, zoals door de Leonardo Colleges en de geplande 24 begaafdheidsprofiel scholen van de overheid zelf.

Deze andere manier van denken en doen voor getalenteerde leerlingen moet toch ook in het reguliere onderwijs opgepakt kunnen worden? We kunnen immers niet met zijn allen naar de Leonardo Colleges en de begaafdheidsprofiel scholen. Ze zijn ook niet overal voorhanden. Daarbij heeft elke Leonardo school een vast financieel tekort omdat passend onderwijs gewoon duurder is. Nu zijn het vaak de ouders die geld moeten regelen, via sponsoring of uit eigen portemonnee.

Op papier hebben we 4 onderwijsmodellen voor getalenteerde kinderen in het reguliere Voortgezet onderwijs: compacten en verrijken, individuele leerstoflijnen, VWO Plus programma’s en het Draaideurenmodel. In de praktijk hebben we een duidelijk gemis aan expertise, wil en inzet. Dit is echt specialistenwerk, daar moet je in investeren.

Leuke voorbeelden? Afdelingsleiders voor de brugklas die zeggen dat je met een IQ van 129 niet hoogbegaafd bent en daarom geen onderwijsaanpassingen nodig hebt en niet naar het VWO+ kan. Of een school die stopt met begaafdheidsprofiel school zijn omdat de leerkrachten geen zin hebben in extra’s voor leerlingen die er naar hun mening toch wel vanzelf komen, ze hebben toch talent? Oftewel: mensen die specialistisch werk moeten doen, maar absoluut geen specialist zijn op dit gebied.

Kijk daarom ook eens naar de onderwijspraktijk in de klassen, waar de werkelijke invulling van het stimuleren van talenten plaatsvindt. En kijk eens naar de vorming, oftewel de opleiding van de leerkrachten. Zij bepalen immers de praktijk.

Misschien kan voormalig landbouwminister Cees Veerman dit oppikken, nu hij is klaar is met de Commissie Toekomstbestendig Hoger Onderwijs Stelsel.

Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info

donderdag 3 juni 2010

Het meisje met de vleugels

“Er was eens een meisje dat vleugels kreeg, die groeiden uit haar schouderbladen. De buren spraken de ouders er op aan, dat ze die vleugels moesten afknippen, maar de ouders reageerden verbaasd en weigerden. Een poosje later zeiden de buren: “Als je ze dan niet wil afknippen, laat ze dan tenminste kortwieken”. Weer weigerden de ouders en gingen de buren onverrichter zake naar huis. Nog enige tijd later kwamen de buren er weer op terug: “Wat doe je het kind aan?” De ouders zeiden: “We leren haar vliegen”

Auteur: Chris ‘t Mannetje

Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info

maandag 31 mei 2010

Het verhaal van Imme Kors

Imme Kors is een 9 jarig meisje met een verhaal. Een verhaal over hoogbegaafdheid.

In deel 5 van de 13-delige televisieserie Van 0 tot 23 laat Jamaine van der Vegt zien wat het verhaal van Imme is.

De familie Kors had het best moeilijk voordat duidelijk werd wat er met hun oudste dochter Imme aan de hand was: zij is hoogbegaafd.



Imme is zit sinds dit schooljaar op een andere school: de Leonardoschool.

Jamaine mocht een middagje mee en zag wat een bijzondere school dit is! De kinderen op een Leonardoschool krijgen leerstof aangeboden, die bij hun interesse en intelligentie past. Ze krijgen bijvoorbeeld al heel vroeg Engels en Spaans. Ook krijgen ze vakken als filosofie, informatica, wiskunde, schaken en dammen. Ze krijgen dat wel op een heel andere manier dan op een gewone basisschool.

Jamaine: “Als je hoogbegaafd bent dan sta je wel echt heel anders in de wereld Je bent niet alleen heel intelligent, maar je ziet de dingen anders. Dat kan Imme zelf heel goed vertellen!”

Dat doet ze dus ook in dit programma, dat dit voorjaar uitgezonden wordt door TV Rijnmond en TV West.

De Leonardoschool van Imme is voor kinderen van 6 tot met 12 jaar en is onderdeel van expertisecentrum Het Pluspunt in Oud-Beijerland. Imme en de andere kinderen van deze Leonardoschool krijgt de leerstof aangeboden op een die aansluit bij de behoeften van deze leerlingen.

Het Pluspunt is één van vele Leonardoscholen die in Nederland gestart zijn. Het passend onderwijs concept voor hoogbegaafde kinderen komt van de Leonardo Stichting.

De uitzending is online te bekijken via Van 0 tot 23.

Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info

donderdag 27 mei 2010

Rondom labelkinderen

De uitzending van Rondom 10 gezien rond over labelkinderen? De basis voor die uitzending was een onderzoek van CNV Onderwijs.

De uitkomsten doen me denken aan een eerder onderzoek van de AOB, oftewel de Algemene Onderwijsbond.

Eerst maar eens herhalen wat men op de site van de NCRV zegt over het CNV onderzoek:
“ De overgrote meerderheid van het personeel in het basisonderwijs (62%) vindt het op zich een goede ontwikkeling dat kinderen een etiket krijgen wegens een probleem of stoornis.
Ook denkt het gros (72%) dat de extra zorg en aandacht voor labelkinderen een positieve invloed heeft op hun leven.


Vier op de vijf docenten (81%) vindt dat labelkinderen tot extra werkdruk leiden.
Ruim een derde van de leraren (37%) heeft zo veel probleemkinderen in de klas dat hun werk er onder lijdt.
De opleiding is een probleem: die bereidt onderwijspersoneel volgens bijna twee derde van de ondervraagden (63%) onvoldoende voor op de omgang met probleemleerlingen.


Het groeiend aantal kinderen dat medicijnen krijgt wegens leer- of gedragsproblemen, verontrust een deel van het onderwijspersoneel.
Een kwart (25%) meent dat gelabelde kinderen te snel medicatie krijgen.
Bijna twee derde van de onderwijzers heeft één of meer kinderen in de klas die medicijnen krijgen wegens probleemgedrag. 


Het groeiend aantal ‘etikettenkids’ komt vooral doordat kinderen steeds meer prikkels krijgen, menen de ondervraagden.
Een andere verklaring voor de toename is dat docenten problemen en stoornissen eerder signaleren.
Ook de alsmaar ingewikkelder wordende samenleving en de groeiende druk op kinderen om te presteren spelen een rol.
Net als ouders die te weinig tijd en aandacht besteden aan hun kinderen.”

CNV Onderwijs is volgens de NCRV site blij met de resultaten van het onderzoek:
“ Voorzitter Michel Rog: ‘Het bewijst dat de bereidheid in de school om kinderen extra zorg te bieden, groot is. Maar het onderzoek toont ook aan dat leerkrachten steeds meer tegen de eigen grenzen oplopen.’ Rog pleit daarom juist voor meer investering in het basisonderwijs in plaats van aangekondigde bezuinigingen, zoals op begeleiders voor kwetsbare leerlingen.”

Het onderzoek van de AOB dateert van 2008 en ging alleen over hoogbegaafde kinderen: 80% van de leerkrachten herkent een hoogbegaafd kind niet en een zelfde aantal leerkrachten weet niet wat het hoogbegaafde kind nodig heeft. Dat is dus 4 van 5 leerkrachten!

Ik ben het volledig eens met de heer Rog dat er meer geïnvesteerd moet worden in het basisonderwijs. Niet alleen direct in de klas, maar vooral ook in de opleidingen van leerkrachten. Deze onderzoeken bewijzen ook maar weer eens dat het reguliere basisonderwijs niet is ingesteld op kinderen die anders zijn, die iets meer of iets anders nodig hebben. Wat wil je ook als je 30 kinderen in de klas hebt zitten!

Mijn aanbeveling is aanpassing van het opleidingstraject voor leerkrachten en kleinere klassen.
Nou snap ik dat ik niet de eerste en meteen ook niet de laatste ben die dit roept. Het wordt echter tijd dat men zich realiseert dat de huidige kinderen de toekomst van ons land bepalen.

Daarbij wil ik meteen aandacht vragen voor een ander idee: specialisten die in dienst zijn van een schoolbestuur.

Je kunt niet, zelfs na een aangepaste opleiding, van een leerkracht verwachten dat hij of zij overal specialist in is. Of dat een school voor elk soort probleem iemand in huis heeft.
Het zelfde geld voor de intern begeleiders (IB-ers).

Wat je wel kunt verwachten is dat een schoolbestuur de specialisten in dienst heeft. Als voorbeeld dyslexie, autisme, hoogbegaafdheid, ADHD experts die in dienst zijn van het schoolbestuur, eventueel in samenwerking met een ander schoolbestuur. Deze personen zijn op roulatie op scholen aanwezig en ondersteunen de leerkrachten en IB-ers.

Dat betekent dat de hulp niet afhankelijk is van rugzaktoekenning aan een kind, maar dat het schoolbestuur de expertise continue in huis heeft en er ook direct actie op gezet kan worden indien dit nodig is: juf belt “ ik red het niet”. De volgende dag is er hulp, dus voordat de boel uit de hand loopt. Daarmee ook geen administratieve rompslomp met lange aanvragen ed.

En dan nog even wat over het onderzoek zelf: het zijn geen etiket of label kinderen, het zijn kinderen met een zorgvraag. En daarbij: als de scholen beter ingesteld zouden zijn op dit soort kinderen zouden het mogelijk niet eens allemaal zorgkinderen zijn of zou het ook niet zo uit de hand lopen.

Het is helaas waar dat de alsmaar ingewikkelder wordende samenleving en de groeiende druk op kinderen om te presteren een rol speelt in het feit dat er steeds meer kinderen zijn met bijvoorbeeld de diagnose autisme. Het groeiend aantal ‘etikettenkids’ komt vooral doordat kinderen steeds meer prikkels krijgen, menen de ondervraagden. Wie zorgt hiervoor? Niet de kinderen zelf!
Leg de schuld daarvoor dus niet bij de kinderen.

Ook de artikel van NU.nl over de uitzending kan wel wat nuancering gebruiken:
“ Er zijn in bepaalde klassen van basisscholen zoveel scholieren die een leerprobleem of gedragsstoornis hebben, dat hun klasgenoten daar onder lijden.” Leg de schuld daarvan alstublieft ook bij de volwassenen, niet bij die kinderen. Dat lijden geldt ook voor de zorgkinderen, die geen passend onderwijs krijgen.

Vind je deze onderzoeken interessant, lees dan ook nog dit blog.

Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info

maandag 17 mei 2010

Bart Simpson actie van een hoogbegaafd kind

Ken je Bart Simpson? Hij is een “ Underachiever” en hij is er trots op, man!
Nou is niet iedere underachiever, of onderpresteerder op zijn Nederlands, daar trots op.

Ik ken een jongen die van zichzelf weet dat hij een onderpresteerder is en hij heeft het er knap moeilijk mee.

Wat onderpresteren is?
Onderpresteren betekent dat je een prestatie levert die beneden het niveau van je kunnen ligt.
Bij hoogbegaafde kinderen spreekt men van relatief onderpresteren: het kind presteert volgens of boven het gemiddelde van de omgeving maar toch lager dan het niveau waarop het gezien de eigen vaardigheden zou moeten presteren. Omdat men de omgeving niet als referentiepunt kan gebruiken, is deze vorm van onderpresteren moeilijk te herkennen.

Waarom gaat een kind onderpresteren?
-Het kind wil net als ieder ander door de groep leeftijdsgenoten geaccepteerd worden en past zich daarom aan hun normen en gedragingen aan, met kans op afwijzing of verlies van eigen identiteit.
-Het lesaanbod op school ligt beneden het niveau van het hoogbegaafde kind omdat deze is afgestemd op het ontwikkelingsniveau van het normaal begaafde kind.
- Het kind voldoet ruim of net aan de norm van leeftijdsgenoten maar, maar niet aan de eigen norm. Dit levert demotivatie op, vaak met bijkomende vorming van een negatieve spiraal.
- Door onvoldoende uitdaging en begeleiding ontstaan gebrekkige leerstrategieën. Dit geeft aanleiding tot (een gevoel van) falen.

Bij de jongen die ik ken is het lesaanbod op zijn school ver beneden zijn niveau. Zijn ouders zijn al heel vaak in gesprek geweest met school. De ouders weten eigenlijk geen oplossing meer dan van school veranderen. Hij wil eigenlijk niet van school veranderen, omdat hij daar heel veel vrienden heeft. Hij wil gewoon dat school nadenkt over wat hij nodig heeft en ook actie onderneemt die kant op.

Om duidelijk te maken hoe groot het probleem voor hem is hij een eenmansactie begonnen. Met een T-shirt, een Bart Simpson T-shirt.
Zoveel mogelijk dagen in de week draagt hij dit T-shirt op school. Als stil protest.



Wil je mee doen met zijn protest en ook aandacht voor het onderpresteren vragen?
Het T-shirt is gewoon te koop bij de H&M.

Misschien ook wat voor de Landelijke Dag van de Hoogbegaafdheid, op 29 mei aanstaande.

Daar waar Bart geboren werd, de Verenigde Staten, werd het T-shirt trouwens niet gewaardeerd op veel scholen.

Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info

donderdag 29 april 2010

Reken even mee

Autisme komt voor bij 0,6 tot 1 procent van de Nederlandse bevolking.

Voor ADHD gaat men uit van ongeveer 3 procent.

Hoogbegaafdheid komt bij 2 tot 3 procent van de bevolking voor.

Even rekenen, met als basis 16 miljoen Nederlandse mensen:
Autisme 90.000 tot 160.000 mensen
ADHD 480.000 mensen
Hoogbegaafdheid 320.000 tot 480.000 mensen

Een combinatie van autisme en hoogbegaafdheid komt op papier voor bij 1.800 tot 4.800 mensen, van de 16 miljoen inwoners die Nederland telt.

Een combinatie van ADHD en hoogbegaafdheid komt op papier voor bij 6.400 tot 14.400
mensen, van de 16 miljoen inwoners die Nederland telt.

Een combinatie van deze 3 hier, autisme, ADHD en hoogbegaafdheid, komt dus op papier uitgerekend bij maximaal 144 mensen voor, van de 16 miljoen inwoners die Nederland telt.

Voor zestien miljoen mensen heb ik het dus over volwassenen én kinderen.

Als je het technisch bekijk zou het op papier per provincie verdeeld om 12 volwassenen en kinderen per provincie gaan.

Kan iemand mij vertellen hoe het mogelijk is dat ik alleen al 10 kinderen ken die de diagnoses autisme én ADHD hebben en die ook hoogbegaafd zijn? En dat die allemaal in mijn regio, en dus niet eens in de gehele provincie wonen? Volwassenen met die combinatie ken ik trouwens niet.

Dit kan toch niet?

Er zijn kinderen in Nederland die hoogbegaafd zijn en die daarbij ook terecht een diagnose hebben.

Als je echter de papieren cijfers vergelijkt met de werkelijke praktijk aan diagnoses en vaststellingen in dit land is er iets gigantisch mis op het gebied van hoogbegaafde kinderen.

Zou dit komen omdat ieder kind die gedragsproblemen heeft automatisch bekeken wordt alsof het ADHD en/of autisme heeft?

Een kind kan ook (ernstige) gedragsproblemen vertonen omdat het niet uitgedaagd wordt op school, omdat het uit vervelingsellende de hele dag zit te tellen hoeveel dropjes de meester die dag heeft gegeten (officieel mag je niet eens snoepen in de klas) en daar een jaarverslag van gaat maken? Die zich dus niet concentreert op de les en die ook niet stil kan zitten in de klas?

Of wat met een kind die zich terugtrekt uit de groep omdat het anders is dan de rest, ook niet de zelfde interesses heeft als de klas en hij het huidige lesprogramma al 2 jaar beheerst. Is ook knap lastig als de klas in de pauzes steeds gaat voetballen terwijl jij het wil hebben over de planeten, wat wel jouw ding is.

De gedragsproblemen komen dan niet vanuit het kind , maar uit de niet passende (onderwijs)omgeving.

Wordt het niet eens tijd dat het automatisch naar ADHD en autisme wijzen als oorzaak van gedragsproblemen gestopt wordt en er ook eens naar de omgeving gekeken wordt als mogelijke oorzaak van de gedragsproblematiek? Het probleem zit namelijk niet altijd in het kind zelf.

Voor een hoogbegaafd kind is de route gewoon anders. Laat bij een vermoeden van hoogbegaafdheid er eerst eens een hoogbegaafdheidexpert naar kijken. Pas daarna de onderwijsomgeving aan zodat het onderwijs passend wordt. Is dat geregeld en zijn er nog steeds gedragsproblemen? Dan is het pas tijd om de hoek van ADHD en autisme in te gaan. Eerder niet.

Scheelt ook in het special onderwijs, daar zitten er velen onterecht. En de aanpak – ook in het reguliere onderwijs, gericht op ADHD en autisme slaat bij die kinderen niet aan. Hoe zou dat nou komen!

Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info

donderdag 15 april 2010

De vroege lezer

Wat moet je er nou mee als ouder, als je kind al voor of in de kleutertijd wil leren lezen. Negeren, want schooltechnisch gezien is het nog te vroeg? Of het kind gewoon de gang laten gaan omdat het er aan toe is?

Voor de standaard leermethode op school is het inderdaad niet handig dat een kind voor de leeftijd van 6 jaar al kan lezen. Voor het kind zelf is het een natuurlijke volgende stap in de ontwikkeling en is het goed. Als je er ook niet in mee gaat kan het thuis knap problematisch worden. Afremmen is natuurlijk ook niet verstandig, omdat je het kind verstoord in zijn eigen ontwikkelingsstappenplan.

Kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong beginnen vaak met een niet realistisch beeld aan hun schoolcarrière: nu begint het schoolleven echt, ik kan hier lezen, rekenen en schrijven. Wat ze al kunnen wordt echter nog niet van hen verwacht. De kleuter met een ontwikkelingsvoorsprong beseft al snel dat het anders is dan de andere kinderen uit de groep. Hierin ligt een duidelijke taak voor de ouders en school. De ouders door hun bevindingen aan school door te geven en op tijd het gesprek aan te gaan. Door op tijd te signaleren en diagnosticeren en de begeleiding aan te passen aan de behoeftes en het niveau van het kind kan school problemen voorkomen. Verveling, faalangst en gedragsproblemen liggen immers op de loer!

Een belangrijke punt om aan te werken in de kleuterklas is het aanleren van een
“ werkhouding”, door hun aangepast materiaal aan te bieden. Laat ze af en toe ook voorlezen in de klas, eventueel samen met de juf. Biedt letters op zo veel mogelijk manieren aan, om verveling tegen te gaan. Zorg er echter voor dat het materiaal ook voor de andere kleuters bruikbaar is. Het is namelijk zeer belangrijk dat het niet opvalt dat sommige kinderen ander werk krijgen. Het kind met een ontwikkelingsvoorsprong moet immers geen uitzonderingspositie in de klas krijgen.

Laat bijvoorbeeld kinderen die al kunnen lezen en schrijven de woorden opschrijven, de andere kinderen kunnen de betekenis tekenen.
Maak het materiaal niet te makkelijk, ook een kind met een ontwikkelingsvoorsprong moet moeilijk ervaren en soms fouten maken. Dat is onderdeel van het groeiproces.

Maak bijvoorbeeld een speelhoek met als thema school. Met papier, schrijfgerei, simpele boekjes maar ook tijdschriften. Het kind dat al kan lezen kan daar zijn of haar gang gaan als meester of juf, en heerlijk met de andere kinderen schooltje spelen.

Bij lezen hoort automatisch ook schrijven. Cognitief kan het zo zijn dat het kind daar ook al aan toe is. De motoriek werkt alleen niet altijd mee. Wat dan belangrijk is, is dat er gekozen wordt voor een tussenoplossing die wel past bij het motorieke niveau, zoals bijvoorbeeld stempelen. Letters knippen en plakken is ook heerlijk om te doen.
Het is voor dit kind wel belangrijk dat er uit wordt gelegd waarom er gekozen voor die tussenoplossing. Voor hun is die tussenoplossing immers niet logisch, ze willen gewoon door.

Kinderen die zelf leren lezen, leren het vaak vanuit de letters, terwijl veel methodes op school vertrekken vanuit woordbeelden. Het omschakelen is dus knap lastig voor een kind. Pas de methode daarom aan naar hun manier van leren lezen. Hou rekening met dat ze grotere denkstappen nemen, minder sturing nodig hebben, en veel meer ruimte voor eigen inbreng en oplossingen nodig hebben.

Stimuleer het lezen. Wie kan lezen heeft immers de hele wereld in zijn handen!

Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info

maandag 12 april 2010

Hyperactiviteit

Ik wil een heleboel vertellen over hyperactiviteit en ADHD. Uitleg over wat het is.
Dit filmpje vertelt echter meer dan woorden kunnen zeggen.

Van Disney/Pixar: Hyperactive



Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info

maandag 29 maart 2010

Sociaal-emotioneel achter?

Als je het over een hoogbegaafd kind hebt dan krijgt je vaak stereotype opmerkingen te horen.
Eén daarvan is dat ze sociaal-emotioneel achter zijn.
Een voorbeeld hiervan is het volgende verhaal.

Paul is 2½ jaar. Hij zit op de peuterspeelzaal. Zijn ouders hebben geconstateerd dat hij zich we heel erg snel ontwikkeld.

Een jongetje bij Paul in de groep, ongeveer even oud, is druk bezig met autootjes. Paul heeft daar belangstelling voor.

“ Mag ik het groene autootje?” vraagt hij.
Het jongetje kijkt hem aan maar reageert niet.

“ Mag ik het groene autootje?” herhaalt Paul.
Het jongetje geeft hem het rode autootje.

“ Ik vroeg om het groene autootje” zegt Paul. Hij neemt het rode autootje niet aan.
Het jongetje gaat door met spelen.

“Mag ik het groene autootje” vraagt Paul voor de derde keer.
Het jongetje geeft Paul de gele auto.

Paul wordt boos en gooit het gele autootje naar de jongen.

Juf ziet dit en wordt boos op Paul. Hij kan nog niet goed samen spelen, zegt juf later tegen de ouders. Sociaal-emotioneel is hij achter is de conclusie.

Zo kun je het inderdaad bekijken.
Je kunt echter ook anders naar dit incident kijken.

Paul heeft in tegenstelling tot de andere kinderen op de peuterspeelzaal besef van kleuren. En van dat je eerst netjes moet vragen als je iets van iemand wil hebben. Dus niet afpakken, wat een ander kind van zijn leeftijd waarschijnlijk zou doen.

Paul heeft geen autootje afgepakt. Paul heeft om het groene autootje gevraagd, niet beseffend dat het andere jongetje niet weet wat groen is. Is ook lastig inschatten als je pas 2 ½ bent.

Heeft Paul dus een achterstand in zijn sociaal-emotionele ontwikkeling?

Nee. Eerder een voorsprong denk ik!

Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info

maandag 22 maart 2010

Dag van de Leerplicht

Vorige week was er de dag van de leerplicht, georganiseerd door het ministerie van OCW, leerplichtambtenaren, brancheorganisatie Ingrado en scholen.

De dag is bedoelt voor leerlingen van het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en voor leerkrachten.

Daarvoor was ook een site beschikbaar: Dag van de Leerplicht
Op deze site staat een heleboel informatie over leerplicht:

Wat is de leerplicht?
Volgens de huidige leerplichtwet moeten kinderen verplicht naar school vanaf hun 5e tot en met het schooljaar waarin ze 16 worden (volledige leerplicht). Daarna geldt de kwalificatieplicht. Dit houdt in dat alle jongeren tot hun 18e verjaardag onderwijs moeten volgen, tenzij ze een startkwalificatie hebben. Een startkwalificatie is een havo-, vwo- of mbo2-diploma.

Naar school gaan is niet alleen een plicht maar vooral ook heel erg leuk, zegt men op de site. Kinderen hebben het recht om zich te ontwikkelen en een diploma te halen.

Geschiedenis van de leerplicht
In 1900 is de eerste leerplichtwet met 50 tegen 49 stemmen aangenomen. Een tegenstander van de wet (Francis David Schimmelpenninck) viel van zijn paard en miste de stemming. Voorstanders van de leerplichtwet zeiden: “Het paard is verstandiger dan zijn meester”. De wet moest kinderen beschermen tegen kinderarbeid. Vroeger moesten kinderen in fabrieken of op het land werken. Daardoor konden ze niet naar school. De leerplicht was vooral naar ouders gericht. Als zij hun kinderen toch lieten werken en niet naar school lieten gaan, kregen ze een boete. Ook nu nog beschermt de leerplichtwet de jeugd als het gaat om het recht om te leren. Je zou dus ook wel van een ‘Leerrechtwet’ kunnen spreken.

Tijdens de Dag van de Leerplicht staan alle leerlingen, ouders en leerkrachten stil bij het feit dat kinderen in Nederland naar school mogen om zich te ontwikkelen. Scholen en leerplichtambtenaren organiseerden voor 18 maart door het hele land acties rondom het thema School? Bekijk `t…eens anders!

Wat was er op jouw school te merken van de dag van de leerplicht?

Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info

donderdag 18 maart 2010

How can you encourage a child?

Ik heb het filmpje al tig keer gezien, het staat ook op mijn site.
Blijft een wow filmpje.

How can you encourage a child?
Use your imagination.


Bekijk het filmpje via YouTube


Dorien Kok

http://www.I-CARUS.info

donderdag 4 maart 2010

Zet het onderwijs op je agenda!

Wat zijn de grootste problemen in het Nederlandse onderwijs? Tot 10 december 2009 kon heel Nederland daarover op een website van de Volkskrant een stem uitbrengen.

Waar loopt je als ouder of als werkende in het onderwijs tegenaan.

Is de kwaliteit van het onderwijs minder geworden? Waarom verlaat een groot deel van de startende docenten in het voortgezet onderwijs binnen vijf jaar het onderwijs weer. Ligt het aan de man of vrouw voor de klas of moeten we naar het kader daarboven kijken. Mag je als ouder meer maatwerk vragen? Moet er meer geld naar de leerkrachten of moet het helemaal anders? Staat het politiek gezien wel genoeg op de kaart? Is het onderwijs hier wel toekomstbestendig?

Wat moet er veranderen zodat het beter gaat in het onderwijs.

Een Panel van Wijzen heeft vanuit de stemmen zes thema’s gekozen. Nu gaan Volkskrant verslaggevers op zoek naar mogelijke oplossingen voor deze thema’s.

De zes thema’s die het panel van wijzen heeft geselecteerd zijn:

1. Er is op scholen te veel organisatorische rompslomp.

2. Ouders en school zijn onvoldoende partners in onderwijs en opvoeding.

3. De arbeidsvoorwaarden voor docenten moeten op de schop. (16 maart)

4. In het onderwijs is te weinig maatwerk om recht te doen aan diversiteit. (14 april)

5. Talenten van lerenden worden onvoldoende ontwikkeld. (11 mei)

6. Docenten hebben meer kennis, kunde en vaardigheden nodig. (8 juni)

Elk thema sluit af met een openbaar debat. Belangstellenden kunnen het debat bijwonen. Verdere informatie hierover via http://www.vkblog.nl/blog/136018/deOnderwijsagenda.

Het onderwijs van nu bepaalt de toekomst van Nederland. De kinderen die nu op school zitten moeten straks de kar trekken en de juiste beslissingen nemen. Een goede onderwijsbasis is dus van groot belang.

Blijf niet aan de kant staan. Neem deel aan de discussie en geeft jouw mening. Doe dit op de site of op de georganiseerde avonden. Laat je stem horen voor jouw kind, jouw werk en voor de toekomst van Nederland!

Dorien Kok

www.I-CARUS.info

maandag 1 maart 2010

Feest!

Ik ben vanmorgen op uitnodiging naar de opening van een nieuwe school geweest, de Leonardo school in Amersfoort. Niks geen nieuw gebouw of zo, maar gezellig bij een andere school in.


Wat er zo bijzonder aan deze school is? De school biedt plek aan 32 hoogbegaafde kinderen, die daar fulltime passend onderwijs gaan krijgen.


In augustus komt er waarschijnlijk nog een klas van 16 kinderen bij. In augustus start ook in Huizen een Leonardo school. Dit vanuit het ouderinitiatief dat ik vorig jaar januari gestart heb, Leonardo Gooi en Eemland.

Voor beide regio's geldt dat er behoefte is aan meer en ook aan Voortgezet onderwijs. Daar is men ook druk mee bezig.


Wat is er nou zo speciaal aan deze scholen?

Als je naar het hoogbegaafde kind kijkt in Nederland gebeurt het maar weinig dat het kind passend onderwijs krijgt. Passend onderwijs houdt in dit geval in dat het onderwijs wordt aangeboden op de manier waarop het hoogbegaafde kind leert: top down.


In het reguliere onderwijs wordt de leerstof bottom up aangeboden. Wat is nou het verschil.


Bottom up betekend dat de leerstof in kleine stukje wordt aangeboden en dat men langzamerhand toewerkt naar de conclusie. Anders gezegd: stapje voor stapje en steeds iets hoger.

Dit is echter niet de manier waarop het hoogbegaafde kind leert. Een hoogbegaafd kind leert vanuit het geheel: je geeft de eindtoets van de te leren stof, waarna je kijkt wat er nog mist. Dat bied je compact – dus zonder extra’s - aan. Dit geeft ook ruimte, oftewel tijd, voor veel extra vakken.


Een mooi voorbeeld van het verschil tussen bottom up en top down stamt van Jan Hendrickx, de bedenker van het Leonardo onderwijs concept: het metriek stelsel wordt in kleine porties geleerd op de basisschool, verspreidt over verschillende schooljaren. „Het is een systeem waarbij elke maat telkens tien keer zo groot of zo klein is als de volgende maat. Bij hoogbegaafde kinderen leg je dit in een uur uit. Zij leren dit dus niet vanuit kleine stapjes, maar juist vanuit het geheel.”


In het reguliere onderwijs heb je bij een school van 200 kinderen gemiddeld 4 tot 6 hoogbegaafde kinderen. De kans is dus groot dat een kind het enige kind is in de klas, die hoogbegaafd is.


Het mooie van de Leonardo school is dat de kinderen meer contact hebben met kinderen die net zo denken als zij, zonder dat er sprake is van isolatie van de maatschappij. Nee, ze doen lekker veel dingen samen met de kinderen van de reguliere school.


Vandaag was dat ook duidelijk te zien in Amersfoort: er werd SAMEN feest gevierd!


Dorien Kok

http://www.I-CARUS.info