Posts tonen met het label Hoogbegaafd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hoogbegaafd. Alle posts tonen

dinsdag 6 november 2012

Een vol hoofd – balans tussen denken, voelen en doen.


Een vol hoofd: een volwassene spreekt ervan als hij of zij een lange dag vol vergaderingen heeft gehad en daarna hoofdpijn heeft. Of  als hij of zij slecht geslapen heeft: te veel aan mijn hoofd momenteel.
Het lijkt soms net of we dit niet als van toepassing zien bij kinderen.
Bij kinderen kan dit ook echt het geval zijn. Zij hebben lange en drukke dagen, de lat van de maatschappij ligt ook voor kinderen hoog. Veel input op school, na school en daar nog de virtuele (speel)wereld bij opgeteld. Buitenspelen en andere niet-beeldschermgebonden activiteiten raken uit de mode.
Zij, maar ook wij, brengen steeds meer tijd door met ons hoofd: televisie, (spel)computers, smartphones, de iPods & iPads geven continue – ja, tegenwoordig ook op school en het werk – prikkels, flitsende informatie en stapels aan kleuren door. De maatschappij vraagt bijna 24 uur per dag onze aandacht. De genoemde beeldschermen werken als magneten op je lichaam. Denk maar eens aan hoe moeilijk het is om te reageren op een ander als je naar een spannende film kijkt. Je vergeet gewoon de wereld om je heen. En alles wat je ziet wordt opgeslagen in het hoofd. Je bent alleen in je hoofd bezig en de balans met je lichaam en je omgeving valt weg. De functie ‘doen’ valt helemaal weg. De belangrijke onderlinge afstemming tussen het denken, voelen en doen raakt dus in onbalans.
Het zien is altijd de belangrijkste zintuig geweest: beelden zien en daarna reageren om te overleven. Voor velen geeft onbalans met het voelen en doen problemen.
Om duidelijk te maken dat een kind soms ook een vol hoofd heeft en moeite kan hebben met oa prikkelverwerking en opslag van informatie heb ik hieronder 2 foto’s van tekeningen geplaatst, gemaakt door een kind. Het kind heeft  leerproblemen, automatiseringsproblemen en daarbij last van motorische onrust en onoplettendheid, wat logisch is als je hoofd vol zit. Informatie filteren is dan ook zeer moeilijk. Mogelijk is er in andere, vergelijkbare situaties ook sprake van diagnoses als ADHD, ADD, autisme, dyslexie, dyscalculie en/of dyspraxie etc. en/of leert het kind bij voorkeur visueel.
De linker hoofdafbeelding geeft de chaos en ongeordendheid van het hoofd van het betreffende kind aan voor dat er sprake was van Ik leer anders coaching. De coach heeft met het kind gesproken over hoe het in het hoofd was, of er orde was en of dat het hoofd vol was. Kinderen kunnen heel mooi aangeven of dit zo is. Het kind heeft thuis de tekening gemaakt zoals diens hoofd er voor de start uit zag.
De rechter hoofdafbeelding laat de orde zien na 4 weken aan de slag te zijn geweest met het kind. Het verschil is gigantisch, niet alleen qua tekening maar ook bij het kind zelf. Door het kind inzicht en tools te geven, in dit geval via de methode Ik leer anders, kon het kind zelf meer voor de rust in het hoofd zorgen. Het hoofd is minder vol en geordend. De verandering bij het kind was ook buiten de tekening heel duidelijk: minder motorische onrust, beter kunnen organiseren/plannen & automatiseren en meer grip op zichzelf en de wereld om het kind heen. Balans tussen denken, voelen en doen.
Buiten methodes als Ik leer anders kunnen haptonomie en senso-motorische integratie therapie zorgen voor een betere balans tussen denken, voelen en doen.  Ik werk daarom in praktijk ook samen met erkende therapeuten op dit gebied.
Voor de tekeningen dank ik UniekeWijze.
Voor hoofd ordenen
Voor hoofd ordenen
Na hoofd ordenen
Na hoofd ordenen


Werken met picto’s, thuis en op school.


Pictogrammen: iets wat je de hele dag om je heen ziet, waarschijnlijk zonder dat je je er van bewust bent.
Pictogrammen vormen een beeldtaal, bestaande uit symbolen en afbeeldingen, die zich niet laat hinderen door landsgrenzen of gesproken taal. Verkeersborden zijn ook een soort beeldtaal en bijvoorbeeld op vliegvelden, in winkelcentra en op treinstations zie je veel pictogrammen. Pictogrammen geven overzicht en worden dus ook gebruikt bij computers, tablets en smartphones. Veel scholen maken voor het dagprogramma gebruik van pictogrammen.
Een pictogram geeft op een snelle manier duidelijkheid. Ze kunnen gebruikt worden als communicatiemiddel, takenlijst of als agenda. Pictogrammen kunnen samen ook een verhaal vertellen.
Het woord pictogram komt uit het Latijn. Picto komt van ‘pictus’ of in het Nederlands: ‘geschilderd’. Gram komt van ‘gramma’ ofwel ‘letter’.
Buiten het algemene gebruik worden pictogrammen ook vaak gebruikt voor mensen die moeite hebben met taal, het houden van overzicht, plannen/organiseren en concentreren. Ook voor kinderen is het gebruik van pictogrammen erg handig, zeker als ze nog niet kunnen lezen. Voor mensen met een beperking, ADHD, ADD, PDD-NOS, MCDD, en verdere aan autisme verwante stoornissen bieden pictogrammen duidelijkheid. Pictogrammen worden vaak gebruikt binnen instellingen voor verstandelijk en auditief gehandicapten en door logopedisten.
Een mooi voorbeeld van een pictobord is natuurlijk het Aap Noot Mies leesplankje, waarbij leren lezen ondersteunt wordt door afbeeldingen.
Er zijn verschillende soorten pictogrammen:
- witte figuur tegen een zwarte achtergrond.
- gekleurde afbeeldingen
- foto’s
- thema’s, zoals Diddl en Wonder
- tekeningen
- afbeeldingen met woorden
Pictogrammen worden soms ook dagritmekaarten genoemd.
Pictogrammen kunnen kant en klaar gekocht worden, op verzoek met een eigen afbeelding en eventueel een woord erbij. Er zijn ook sites waar je ze kosteloos kunt downloaden. Natuurlijk kun je ook zelf pictogrammen maken.
Verder zijn er complete systemen verkrijgbaar. Er zijn magneetborden en -strips in verschillende maten en uitvoeringen. Voor het zelf maken van pictogrammen heb je een laminator, laminatorfolie, magneettape/rubber/lint en een schaar nodig. De magneetmaterialen zijn online te bestellen bij pictogrammenleveranciers en hobbywinkels. Huishoudzaken en warenhuizen verkopen pictogramborden in meerdere uitvoeringen en prijzen.
Je kunt kiezen voor een dag of weekindeling.
Woorden invoegen bij een afbeelding kun je eenvoudig via de softwareprogramma’s Microsoft  Paint en  Apple Paintbrush.
Tips:
- hang het planbord in het zicht (bijvoorbeeld in de keuken of bij je PC).
- leer jezelf aan om elke afspraak direct te noteren. Loop direct naar je planbord als je telefonisch een afspraak maakt.
- maak de dag/weekindeling uit rechte lijnen. Zo maak je een visuele scheiding tussen de ochtend, middag en avond en/of de dagen.
- neem een vast moment, bijv. de zondag, om de planning up to date te maken.
Op de website van Kennislink vind je vele links naar website waar je complete systemen kunt kopen, software voor het zelf maken van pictogrammen vindt, (gratis) pictogrammen kunt bestellen en downloaden.  Zelf vind ik de Diddle dagritmekaarten erg mooi. Microsoft Office heeft ook een website waar je gratis illustraties, foto’s en afbeeldingen kunt downloaden.
Heb je nog tips voor websites naar (gratis) pictogrammen laat dit dan graag weten via een reactie!
Voorbeelden: 
Weekplanner
  • met 135 pictogrammen en 5 fotoframes
  • voor een overzicht van de activiteiten van alle gezinsleden
  • eenvoudig te gebruiken op koelkast of whiteboard
  • magnetisch
  • compleet met stift en wisser
  • afmeting: 50 x 40 cm cm
  • eventueel zelfgemaakte of elders gekochte pictogrammen toevoegen
Weekplanner Hema





(klik op bovenstaande afbeelding om deze te vergroten)
Voor volwassenen.
Te koop bij de meeste (online) kantoorhandels
Nodig:
- 8 x banen van 6 cm (1 x dagindeling en 7 dagen van de week)
- T-kaarten met 48mm breedte. Neem geen smallere kaartjes, want daar kan je bijna niks opschrijven.
- 4 kleuren T-kaarten
Weekplanning







(klik op bovenstaande afbeelding om deze te vergroten)
Maak je eigen magneetbord (bron: 101 woonideeën)
Dankzij magneetverf is een magneetbord tegenwoordig heel makkelijk zelf te maken. Je maakt hem direct op de kast, deur of muur. Of je beschildert een houten paneel met de verf. Zorg in ieder geval voor een goede, schone en vetvrije ondergrond. Onbehandeld hout voorzie je van een laagje (acryl)grondverf. De magneetverf breng je aan in meerdere, minimaal twee, lagen. De verf is zelf niet magnetisch, maar bevat ijzerdeeltjes. Hierdoor blijven de magneetjes kleven.
Finishing touch: Over de laatste laag magneetverf kun je zelf een laag verf in een kleur naar keuze aanbrengen. En je maakt het magneetbord af met een mooie sierlijst, te koop bij een bouwmarkt.
Magneetbord Spontan
In wit op zilverkleur verkrijgbaar.
Met kleurtape in vakken te verdelen – 7 dagen / 3 dagdelen
Horizontaal (liggend) gebruiken

woensdag 29 augustus 2012

Verkiezingen 2012: de politiek en passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen


In een vorig blog van juni 2010 schreef ik over de toenmalige standpunten van de politieke partijen in Nederland ten aanzien van onderwijs voor hoogbegaafde kinderen.
Met de verkiezingen voor de deur doe ik een nieuwe inventarisatie, dit keer niet via directe navraag bij de partijen maar via de blog van onderwijsjournalist Ronald Buitelaar, die de onderwijsparagrafen van de verkiezingsprogramma’s heeft verzameld.
In het algemeen pakt het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap onderwijs aan hoogbegaafden op via het thema ‘Excellentie’. Vanuit dat kader zit ik ook in de werkgroep ‘Signaleren’ van de ‘Expertmeeting excellente leerlingen in het PO’, georganiseerd door het ministerie.
Het gevaar voor hoogbegaafden ten aanzien van de benadering vanuit excellentie is dat vele hoogbegaafde leerlingen niet excelleren en niet gezien en geholpen worden. Hoogbegaafd betekent immers niet altijd dat er sprake is van excelleren. Voorkomende problemen zijn oa leerproblemen, faalangst of onderpresteren. Andersom betekent het feit dat een kind excelleert absoluut niet dat het ook hoogbegaafd is. Excelleren betekent immers eigenlijk alleen maar uitblinken.
Extra aandacht voor passend onderwijs aan hoogbegaafden is dus echt nodig. Helaas blinken de meeste politieke partijen ook dit jaar niet niet uit in aandacht voor deze kinderen.
Wat zeggen de politieke partijen dit jaar:
CDA, GroenLinks, PVDA, PVV, SGP en SP spreken in hun onderwijsvisie niet over het hoogbegaafde kind.
Vier partijen doen dit wel (op alfabetische volgorde genoemd):
ChristenUnie
Schoolbesturen hebben de verantwoordelijkheid dat iedere zorgleerling met passende begeleiding, expertise en voorzieningen kan meedraaien in het onderwijs, dat er een aanbod is voor hoogbegaafde leerlingen, dat leraren niet overbelast worden en dat ‘gewone’ leerlingen niet tussen wal en schip vallen.
D66
Studenten die jonger zijn dan 17 en willen deelnemen aan hoger onderwijs, zoals hoogbegaafden, komen bij D66 ook in aanmerking voor financiële ondersteuning.
Partij voor de Dieren
Op passend onderwijs wordt niet bezuinigd, zodat kinderen die extra aandacht en begeleiding nodig hebben dat krijgen. ook programma’s en speciaal onderwijs voor hoogbegaafde kinderen wordt ondersteund.
VVD
De VVD wil ruim baan geven aan het gymnasium, en hoogbegaafdheid moet serieus worden genomen. We willen in ons onderwijs meer aandacht voor talentvolle leerlingen.
Lees alle complete onderwijsvisies van deze politieke partijen via de website van Ronald Buitelaar.
(In deze blog is geen rekening gehouden met eventuele nieuwe amendementen)

maandag 21 maart 2011

Er is geen weg terug na passend onderwijs

Aan de Minister van Onderwijs en de Tweede Kamer

Ik bracht, zoals eigenlijk altijd, mijn zoon naar school vanmorgen. Het is feest in school deze week, de start van de lente wordt gevierd.

Zoonlief van 7 verheugde zich op deze ochtend, hij zou namelijk met de hele klas samen ontbijten – in het kader van de lenteweek.

Vanaf een paar meter afstand heb ik hem onbemerkt zitten bekijken, vol verwondering. Hij is gelukkig in deze klas, het straalt er dik vanaf. Het straalt van alle kinderen in zijn klas af.

Zijn school bestaat pas sinds begin dit schooljaar. Als ouder heb ik het initiatief genomen om hier in Huizen een Leonardoschool te starten, voor mijn hoogbegaafde zoon. Leonardoscholen bestaan pas sinds 2007, te laat dus voor mijn oudste 2 hoogbegaafde kinderen – voor wie een school als deze een leven aan verschil zouden hebben gemaakt.

Ik heb het initiatief genomen, niet omdat het slecht ging met de jongste, maar uit voorzorg. Stel dat de - fantastische - school waarop hij toen zat hem geen passend onderwijs aanbod meer kon geven, of dat de kloof tussen hem en de rest van de klas te groot zou worden…

Ik dacht voor de start dat er voor hem weinig verschil zou zijn tussen de reguliere school en de Leonardoschool, hij zat daar immers goed. Wat hebben wij ons vergist…..

Als we het hebben over passend onderwijs voor een hoogbegaafd kind, dan is dit het. Hier kan geen reguliere school, hoe goed deze ook hun best doet, tegenop.

Fulltime zijn bij kinderen die zijn zoals jij,
Fulltime een juf die je echt ziet wie je bent, wilt en kan,
Fulltime leren op de manier waarop jij leert en denkt,
Fulltime leren hoe je moet leren, omdat je door je vlotte ontwikkeling die vaardigheden soms mist,
Fulltime uitgedaagd worden je grenzen te verleggen, breder en dieper op de materie in te gaan,
Fulltime op groep 7 niveau mogen functioneren terwijl je gewoon bij leeftijdgenootjes in klas 4 zit,
Fulltime een breder leeraanbod door veel meer vakken,
Fulltime het recht hebben op wat gezonde faalangst omdat dingen nu eindelijk eens nieuw zijn voor je,
Fulltime geen buikpijn krijgen van school, integendeel: als je ziek bent ook naar school willen,
Fulltime jezelf mogen zijn….

Ik zeg dit nu voor mijn en vele andere hoogbegaafde kinderen, maar dit verhaal speelt natuurlijk ook aan de andere kant van het spectrum – bij minderbegaafde kinderen. Zelfs een simpele grafiek als de Gausse curve maakt dit heel duidelijk.


Of wat dacht je van de grafiek van Rob Brunia: Een hoogbegaafd kind stroomt al in groep 1 op een veel hoger niveau in bij het reguliere onderwijs. Het kind heeft nauwelijks raakvlakken en ook door de school kunnen deze niet worden bereikt. Het kind wordt juist steeds gedwongen zich aan te passen / gebukt te gaan. In deze grafiek kan er aan de onderkant nog een lijn bijgetrokken worden, voor de laagbegaafde kinderen. Hoeveel meer informatie heb je nodig dan dit plaatje om te beslissen over passend onderwijs?


In de dagelijkse praktijk hou ik me bezig met dat kinderen, die eigenlijk alleen hoogbegaafd zijn, door gedragsproblemen die lijken op ADHD en autisme verkeerde diagnoses krijgen. Gedragsproblemen die ontstaan zijn doordat het kind niet gezien wordt als wie het is en dat het geen passend onderwijs krijgt. Ik haal zelfs kinderen uit het speciaal onderwijs weg, kinderen die onjuist gediagnosticeerd zijn en eigenlijk alleen maar hoogbegaafd zijn. Ik zie in dezelfde dagelijks praktijk hoe het fout gaat voor deze kinderen. Ik hoor hun verhalen en die van hun ouders, ik hoor hun verdriet. Ik zie ook mijn eigen verdriet.

Ik word dan ook langzamerhand misselijk van dat de Minister zegt: ‘alle jongeren hebben recht op onderwijs. Dat recht wordt beschermd door de leerplicht. Ieder kind hoort een passende plek in het onderwijs te krijgen waarbij zijn of haar talenten het beste tot uiting komen, maar dat dit in de praktijk niet zo is en ook niet zo wordt.

Voor mijn kinderen, maar ook voor mijzelf,  is dat iets wat er nog nooit geweest is, nu ook niet in het reguliere onderwijs en als het aan de huidige koers van de Minister ligt ook niet zal blijven via de Leonardoscholen. Mijn kind is echter ook een kind die in de groep ‘Ieder kind’ valt! Echter over mijn kind zegt ze: ‘Ouders kiezen zelf een voor een Leonardo school en het is bekend dat daar een ouderbijdrage voor wordt gevraagd. De ouderbijdrage wordt echter gevraagd omdat Nederland gefaald heeft om passend onderwijs voor deze kinderen neer te zetten en het deze vorm van passend onderwijs nu niet wil betalen. Hoogbegaafdheid is immers een kans ….

Een hard woord, gefaald, maar wel een feit. En nu er aan alle kanten gesneden wordt aan passend onderwijs blijft er weinig hoop over voor mijn kind, ondanks dat hij volgens de minister dezelfde rechten heeft als ieder kind. Leonardoscholen komen in de problemen omdat de financiering een groot probleem is.

Voor kinderen die onderwijs op maat hebben gehad – dus niet alleen de Leonardoschool kinderen - en waarvoor hier nu aan de rem wordt getrokken is er echter geen weg terug richting het reguliere onderwijs. Als het onderwijs dat je had al passend was, wat heb je dan in het reguliere onderwijs te zoeken…..

Er is dus geen weg terug, ondanks de plannen die er liggen. Waar moet een een hoogbegaafd kind dan heen als het Leonardo onderwijs onbetaalbaar blijkt? Thuisonderwijs? Dat mag hier ook al niet…

Er is geen weg terug na passend onderwijs.

Mijn eerdere blog over Waarom speciaal onderwijs voor hoogbegaafde kinderen is hier te lezen.

woensdag 9 februari 2011

Antwoorden van de minister van onderwijs

In december 2010 stelde VVD kamerlid Ton Elias kamervragen aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap – Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart – over de bekostiging van Leonardoscholen en het benoemen van een leerling met hoog IQ als zorgleerling.

Gisteren,  24 januari 2011 gaf de minister antwoorden.

De aanleiding van Ton Elias om vragen te stellen hierover waren bezuinigingen op het Leonardo onderwijs van Stichting Primair Openbaar Onderwijs De Liemers. 

Ouders kregen onverwacht,  vlak voor de feestdagen,  een dikke rekening voor het -normaal gesproken gratis – basisonderwijs dat hun hoogbegaafde kind, soms meer dan één,  volgt bij een van de Leonardoscholen die onder dit schoolbestuur vallen.

Ook werd er gemeld dat de het onderwijs op deze Leonardoscholen vanaf 2011 alleen kan worden voortgezet wanneer ouders de veel hogere  – officieel vrijwillige – bijdrage gaan betalen. Kortom, of je betaald of je kind heeft geen school meer!

Leonardoscholen staan voor fulltime passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen, aangeboden op de manier waarop zij leren en denken. 

In Nederland zijn er nu 50 Leonardo basisscholen en 10 Leonardo Colleges.
Op deze site heb ik al aandacht gevraagd voor de vragen van de heer Ton Elias:

De minister geeft in haar antwoord aan dat zij bekend is met het feit dat de  Stichting Primair Openbaar Onderwijs De Liemers aangeeft een structureel financieringstekort te hebben voor het Leonardo onderwijs.

Op de vraag: ‘deelt u de mening dat het onwenselijk is dat ouders een hoge eigen bijdrage moeten betalen voor Leonardo onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen?’ antwoord de minister dat ze het feit  dat ouders een hoge bijdrage ‘moeten’ betalen voor onderwijs niet wenselijk vindt. Echter: ‘maar ouders kiezen vrijwillig voor het Leonardo onderwijs en daarvan is bekend dat er een ouderbijdrage wordt gevraagd. ‘

De minister geeft aan meer geluiden te hebben ontvangen dat scholen die Leonardo onderwijs aanbieden moeite hebben om dit arrangement te financieren.

In het Regeerakkoord is € 30 miljoen toegezegd voor het aanbieden van passend onderwijs aan hoogbegaafden. De minister heeft het verzoek van Ton Elias ‘om eventueel een overbruggingsbudget uit het toegezegde budget van
€ 30 miljoen beschikbaar te stellen, in afwachting van het actieplan voor hoogbegaafde en excellente leerlingen die de Minister de Kamer voor 1 maart 2011 heeft toegezegd, voor die scholen die geconfronteerd worden met zodanige bekostigingsproblemen dat zij onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen niet langer kunnen bekostigen’ overwogen, maar niet overgenomen. 

De reden daarvoor is de volgende:  ‘het Leonardo concept wordt vrij strikt geformuleerd door de Leonardo stichting. Scholen kiezen zelf voor het Leonardo concept. Dat het concept een zware last drukt op het budget van de school, weet de school van te voren. Als de scholen de financiering dan moeilijk geregeld krijgen, is het niet aan de overheid om bij te springen. Scholen kunnen ook kiezen voor een minder kostbaar concept om hun hoogbegaafde leerlingen een passend aanbod te doen. Er zijn ook veel scholen die andere, minder kostbare arrangementen voor hun hoogbegaafde leerlingen organiseren’.

De minister zal haar plannen voor hoogbegaafden dit voorjaar in het actieplan presenteren. Ze loopt, zoals ze zegt, daar nu niet op vooruit door beschikbare middelen al uit te geven.

Op 15 december diende Ton Elias nog een aanvullende vraag in: ‘ hoe kijkt de minister aan tegen de gedachte om (Leonardo)leerlingen met een IQ boven de 130 te benoemen als zorgleerlingen en hen op dezelfde wijze te bekostigen als zwak begaafde leerlingen die binnen het regulier basisonderwijs met een vergelijkbare problematiek kampen?’ 

Het antwoord van de minister:  ‘een hoog IQ is niet altijd een reden tot zorg. Voor veel hoogbegaafde leerlingen is een aangepast arrangement wel een goede stimulans. Veel scholen bieden dat ook aan vanuit het concept van passend onderwijs. De meeste scholen vinden daartoe de financiële ruimte binnen de bestaande mogelijkheden. Leerlingen die een hoog IQ combineren met onderwijszorgbehoeften op een ander vlak komen op dit moment ook al in aanmerking voor aanvullende zorg.’ 

Kortom, de minister zie er niets in om alleen op basis van het IQ leerlingen tot zorgleerlingen te bestempelen en aanvullende bekostiging toe te kennen. ‘

Ik zal het maar meteen zeggen: ik ben het niet met de minister eens. Waarom?

Het Leonardo onderwijs is bedacht door onderwijsman Jan Hendrickx, die rond zijn pensioen bedacht dat hij in zijn onderwijs carrière – waarbij veel aandacht voor het minderbegaafde kind – iets compleet over het hoofd had gezien: het kind aan de andere kant van het ontwikkelingsspectrum: het hoogbegaafde kind.
Voor een kind met een IQ van 70 of minder ligt er een onderwijsverhaal waar geen mens aan zou knabbelen. De logica van het bestaan van deze scholen  is zo duidelijk. Maar de logica voor het tegenovergestelde onderwijs ligt er ook!

Jan heeft dit omgezet in het Leonardo concept: fulltime passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen. De praktijk heeft bewezen dat dit een schot in de roos was: in 3 jaar tijd 60 Leonardo scholen in Nederland.

Nou liep Jan tegen iets aan: de financiering. Speciaal onderwijs is immers duurder dan regulier onderwijs. Hij loste dit door te zeggen dat er bij elke Leonardoschool een Stichting Vrienden moest komen die het tekort van € 2500 per kind per jaar via sponsoring moet dekken.

En nu komt het hekele punt: niet elke school gebruikt die Stichting zoals deze bedoelt is. Wat is er namelijk handiger dan de ouders een factuurtje sturen voor het missende bedrag. Lekker makkelijk, geen moeilijk gedoe, de ouders betalen wel. Ze hebben dit onderwijs immers hard nodig voor hun kind!

Wat ik wrang vind in dit verhaal is dat de Liemers eigenlijk geen goed voorbeeld is van wat de bedoeling is met Leonardoscholen. Het CDA in Zevenaar heeft dit ook aangegeven naar het schoolbestuur.

De originele opzet van Jan Hendrickx is terug te zien hier in de regio Gooi en omstreken:
Vanuit een welwillend schoolbestuur Stichting Villa Primair, die duidelijk zag dat dit onderwijs nodig is omdat ze tot die tijd deze kinderen niet goed konden helpen. Die naast de Leonardoschool ook bezig is met de ontwikkeling van Plusklassen voor meerbegaafde kinderen voor al hun basisscholen. Het zelfde schoolbestuur dat via hun algemeen directeur Alex Peltekian zegt: ‘het Leonardo onderwijs is voor ons de proeftuin van hoe al het onderwijs in deze regio moet zijn.’  Van een Gemeente die via de wethouder onderwijs Liesbet Tijhaar aangaf dat ze een achterstand hadden op dit gebied van onderwijs en die daarom de portemonnee eigenlijk meteen trok. Van een team op Leonardo basisschool die kort al na de start kon aangeven dat de kinderen duidelijke hiaten hadden opgelopen in de reguliere basisscholen waar ze vandaan kwamen, dat het beeld dat de oude school van het kind hadden niet klopte. Van gelukkigere kinderen, ook al waren sommigen niet eens echt ongelukkig op de oude school. Van kinderen die nu gewoon in groep 4 zitten , maar in het reguliere onderwijs eigenlijk in groep 7 horen qua ontwikkelingsniveau. Van ouders die aangeven dat het nu wel goed gaat met hun kind.

Dit is hoe dit onderwijs gezien moet worden.

Op de Leonardoschool in Huizen hoeven de ouders geen grote bedragen te betalen, het enige wat ze betalen is een vrijwillige bijdrage voor het laptop gebruik van € 350 per jaar. Dat is inclusief verzekering en vervanging.

De Stichting Vrienden Leonardo onderwijs Gooi en omstreken, waar de school met het startende Leonardo College in Huizen, onder valt, werkt met alle ouders hard samen om het benodigde geld op tafel te krijgen via sponsoring.

Waarom kiezen ouders voor de Leonardoschool? Niet omdat ze perse geld uit willen geven. Nee, omdat ze iets willen dat het reguliere onderwijs – en ze hebben er echt met een loep naar gezocht – hun kind niet kan bieden wat het nodig heeft en ook niet gelukkig kan maken. De minister zegt: ‘ouders kiezen vrijwillig voor het Leonardo onderwijs en daarvan is bekend dat er een ouderbijdrage wordt gevraagd’.  

Ja, ik heb bewust voor de Leonardoschool gekozen en zou willen dat het er voor mijn oudste kinderen en ook voor mijzelf was geweest. En nee, hier dus geen bijdrage voor de ouders.

We hebben het voor heel Nederland over gezinnen die verhuizen – familie, vrienden, werk en alles verder nog achterlatend om hun kind dat te geven wat het nodig heeft. Verhuizingen van Rotterdam naar Venlo (2007), van Groningen naar Huizen (2010). We hebben het over ouders die dagelijks veel reistijd kwijt zijn, wat hun hindert in hun werk. Die vele kosten maken voor het heen en weer rijden.  

We hebben het over kinderen die anders mogelijk thuis zouden zitten, soms ongelukkig waren of zelfs letterlijk ziek werden van school. Over kinderen die onterecht een etiket ADHD en/of autisme krijgen en soms zelfs dus ook onterecht in het speciaal onderwijs belanden. We hebben het zelfs over kinderen die niet meer willen leven – en dat alles vanwege school?

We hebben het dus niet over een luxe keuze, maar een bittere noodzaak. Eigenlijk hebben de ouders geen keuze – ook al zegt de minister dat veel scholen dat ook aanbieden vanuit het concept van passend onderwijs. Nou hier in de regio dus niet! Ik kom niet verder dan wat particuliere Plusklassen – ook een portemonnee trekker voor ouders – of een enkele Plusklas in de school.

Echter Plusklassen zijn voor meerbegaafde kinderen, niet voor hoogbegaafde kinderen! Je zet kinderen met een IQ van 70 of minder toch ook niet alleen maar een middagje in de week bij elkaar?

Zoals de toenmalige staatsecretaris OCW Sharon Dijksma in 2008 al aangaf: te weinig excellerende leerlingen komen tot hun recht. Het Nederlandse onderwijs is, naar woorden van het Innovatieplatform (IP juni 2005) ‘vooral gericht op het verkleinen van verschillen tussen mensen.’ Het platform vroeg daarbij aandacht voor de urgentie van de brede talenontwikkeling en pleitte voor meer ruimte voor differentiatie en maatwerk in het onderwijs, oftewel:  ‘Weet je te onderscheiden’. En dat doet de Leonardoschool!

De Onderwijsraad gaf al in 2007 aan dat ‘het onderpresteren van hoogbegaafde leerlingen – ‘hoe hoger het IQ, hoe meer leerlingen onderpresteren’ veroorzaakt wordt door het ontbreken van een intellectueel klimaat, (weinig flexibel lesprogramma en weinig mogelijkheden om extra modules te volgen. Ook de klasgenoten zijn van invloed op de prestaties van (hoogbegaafde) leerlingen. 
Talentvolle leerlingen lijken zich te richten naar de prestaties van hun vrienden, bijvoorbeeld om niet buiten de boot te vallen. Een andere oorzaak ligt bij de ontwikkeling van disfunctionele leerstrategieën:  deze leerlingen vinden het lastig  zichzelf nog doelen te stellen, zelfdiscipline op te brengen en hebben soms een gebrek aan zelfvertrouwen. Dit is meetbaar in de VO adviezen: slechts 64% van de hoogbegaafde leerlingen krijgt een VWO advies.

Het SCP onderzoeksrapport van 2008 geeft aan dat slechts ‘9% van de docenten in het basisonderwijs vindt dat hoogbegaafde leerlingen op hun school voldoende worden uitgedaagd. Daarbij vindt slechts een kwart van de leerkrachten zichzelf capabel om hoogbegaafde leerlingen te helpen. Daar komt nog bij: slechts een kwart van de docenten is van mening dat de school voldoende aandacht besteed aan hoogbegaafden. De docenten noemen als redenen: (a) niet voldoenden leerkrachten voor begeleiding, (b) het ontbreken van kennis, (c) onvoldoende geld, (d) de zorg gaat uit naar andere schoolkinderen. Maar een kwart van de scholen heeft een plan van aanpak.’

En zo zijn er nog vele meer onderzoeken, ook van latere datum die het zelfde verhaal brengen.

En dan zegt de minister dat het de keuze van de ouders is om hun kind(eren) naar de Leonardoschool te doen.  Zo’n onderwijs systeem gun je toch geen enkel kind!

Jan Hendrickx heeft met zijn Leonardo concept een gat gevuld die veroorzaakt is door het onderwijssysteem in Nederland. Het is nu aan de minister om niet door te gaan met het wiel uitvinden voor deze kinderen. Dat heeft Jan Hendrickx, de Leonardo Stichting en met hun de ouders en  de teams allang gedaan.

Ik kreeg gisteren ook een negatief besluit over mijn verzoek aan de minster voor een speeddate over Leonardo onderwijs op de NOT deze week.
Ik wil echter toch dringend vragen of we samen met de Leonardo Stichting binnenkort toch eens om tafel kunnen om te bespreken of ze het Leonardo wiel niet wil lenen.  Sharon Dijksma gaf in het verleden ook al aan dat het Leonardo concept een mooie proeftuin was waar ze graag uit wilde plukken. Dat mag, maar laat de ouders dan niet de kosten hiervoor betalen.


Onderwijs hoogbegaafde kinderen in nood

Radio 1 Omroep MAX uitzending ’Twee dingen’:

‘Op Leonardoscholen wordt les gegeven aan hoogbegaafde kinderen. Maar het onderwijsconcept staat onder druk, want in tegenstelling tot speciaal onderwijs krijgt het Leonardo-onderwijs geen extra bijdrage van het rijk. Met Dorien Kok, moeder van drie hoogbegaafde kinderen, praten we over het belang van en de behoefte aan passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen.’

9 december 2010 Beluister de uitzending

Dorien Kok
http://I-CARUS.info

maandag 12 juli 2010

Een lief meisje

Een lief, maar ook pittig meisje gaat met 4 jaar naar school. Ze kan dan al lekker lezen en schrijven, wat door de ouders wordt aangegeven bij de start.

School geeft na enige tijd aan dat ze onoplettend is. Ze kan de aandacht er maar niet bij houden. Wat is er aan de hand.

School vindt dit steeds problematischer worden, geeft aan dat er naar gekeken moet worden.

Uiteindelijk valt er een woord: ADD.

Onderzoek bevestigd dat het meisje inderdaad onoplettend is op school. Thuis is ze er ook niet altijd bij met haar hoofd, ze is erg “stoffig”. Conclusie: ADD oftewel een aandachtstekort stoornis, medicatie is mogelijk. Ouders willen het beste voor hun kind en stemmen hier in toe.

In de jaren hierna gaat het steeds slechter met dit meisje. De diagnose wordt aangevuld met PDD-nos (autisme) en ODD (oppositioneel opstandig gedrag), de medicatie wordt verhoogd. Ze lijkt steeds meer problemen te krijgen met de wereld om haar heen en wordt verbaal en lichamelijk agressief.

In haar jaren op het voortgezet onderwijs trekken de ouders het niet meer. Er wordt een paar maal gesproken over uit huis plaatsing. Het meisje wil dit niet en wordt angstig van de gedachte hieraan. Het hele gezinsleven draait om de dochter, de andere kinderen hebben er knap onder te lijden. Ook onder de agressie van hun zus.

Als het meisje 16 is gebeurt er wat. Ze stopt met haar medicijnen. Ze wil die niet meer.

En dan gebeurt er iets vreemds: de agressie verdwijnt. De wolk aan mist om haar hoofd is weg, zoals ze het zelf zegt. Was er dan toch iets anders aan de hand?

Ja, de ouders waren in de val getrapt die er rond hoogbegaafdheid ligt.

Als een kind hoogbegaafd is, maar niet dat op school krijgt wat het nodig heeft, daarbij ook niet aangeboden op de manier waarop het denkt en leert, dan kunnen er gedragsproblemen ontstaan.

Bij jongens lijkt dit vaak op ADHD, bij meisjes vaker op autisme. Omgekeerd of beide komt ook voor.

In de praktijk betekent deze diagnosestelling dat de oorzaak van de gedragsproblematiek in het kind gelegd wordt. Vaak na aangeven van school. Het is voor school logischer om de oorzaak van gedragsproblemen in het kind te leggen. Dat het aan de school (omgeving) kan liggen, dat kwartje valt meestal niet.

Dat doen leerkrachten niet expres. Gebrek aan expertise op dit gebied, bij zichzelf, in de school, bovenschools, de leerkrachtenopleidingen, maar ook bij de Expertise Centra, kan ook bijna niet leiden tot een andere conclusie dan dat het aan het kind moet liggen.

Ouders gaan vaak mee in dit verhaal omdat ze niet beter weten, alhoewel er nu meer informatie is over hoogbegaafdheid dan zo’n 10 jaar geleden. Zij zijn immers niet de experts. Als mijn kind maar geholpen wordt. Met een diagnose is er tenminste kans op een Rugzak en dus op hulp. Wat zij en ook school zich niet realiseren dat de hulp gebaseerd is op problematiek IN het kind, terwijl de oorzaak BUITEN het kind ligt. De hulp zal dan ook niet aanslaan en verergering van de gedragsproblemen kan het gevolg zijn.

Voor de toekomst kan en moet dit anders. De medische en school experts moeten zich beter realiseren dat gedragsproblematiek ook voort kan komen uit de omgeving.

Autisme en ADHD experts moeten zich gaan bijscholen op het gebied van hoogbegaafdheid of er experts bij halen op dit gebied. Hoogbegaafdheid is namelijk net zo’n expertise als autisme en ADHD.

Ze moeten zich realiseren dat het onderzoek breder moet. Als ouders, vaak op aandringen van school, bij gedragsproblemen van hun kind een autisme/ADHD centrum binnen lopen dan is het niet goed dat er alleen uitgangen zijn die leiden tot de conclusie autisme en/of ADHD.

Leraren opleidingen moeten een inhaalslag maken op het gebied van het onderwijzen van toekomstige onderwijzers op het gebied van hoogbegaafdheid. Het basisniveau van waaruit iemand onderwijzer kan worden moet worden opgeschaald naar VWO niveau.

Scholen moeten investeren in bijscholing en Plusklassen. Daar moeten ze experts voor in huis halen.

De juiste route voor het kind is eerst begaafdheidsonderzoek te laten doen door een begaafdheidsspecialist. Dan bij geconstateerde hoogbegaafdheid het onderwijs passend maken, al is daar een schoolwissel voor nodig. Mochten er na het aanbieden van continue passend onderwijs nog steeds gedragsproblemen zijn dan is het tijd om richting autisme en ADHD te gaan. Eerder niet.

Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info