Passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen is in opkomst: de Leonardo scholen schieten als paddenstoelen uit de grond. Ook komen er steeds meer Plusafdelingen op scholen.
Waarom zou je als ouder voor een aparte school voor je hoogbegaafde kind kiezen? Het onderwijs in Nederland is toch voor iedereen bedoeld? Het heet toch niet voor niets Weer Samen Naar School (WSNS)?
Uit een onderzoek van 2008 van de AOB (Algemene Onderwijs Bond) is gebleken dat 80% van de leerkrachten een hoogbegaafd kind niet herkent en dat een zelfde aantal leerkrachten niet weet wat het hoogbegaafde kind nodig heeft.
Daar moet dus echt iets aan gedaan worden.
Een hoogbegaafd kind kan echter niet wachten op aanpassingen die jaren duren. 50 tot 80% van de hoogbegaafde kinderen zit niet lekker in zijn vel op school (Sociaal Cultureel Planbureau, 2006).
In 2007 is in Nederland de eerste Leonardo school gestart in Venlo. Dit naar het concept van Jan Hendrickx, een onderwijsman in hart en nieren.
Zijn concept was eigenlijk heel simpel: full time passend onderwijs voor het hoogbegaafde kind, aangeboden op de manier waarop hoogbegaafden denken en leren.
Het reguliere schoolprogramma wordt compact, dus in kortere tijd afgehandeld. Dat geeft ruimte voor veel andere vakken.
Een voorbeeld: is het op de gewone basisschool zo dat je het metrieke stelsel over meerdere schooljaren verspreid leert, op de Leonardo school leer je dat in een uur. Het is immers ook tig keer hetzelfde: factor 10 erbij of factor 10 eraf.
Dan hebben we het eigenlijk nog niet gehad over het grootste verschil tussen de gewone basisschool en de Leonardo school: de manier van leren.
In ons land is de leermethode van stapsgewijs iets opbouwen standaard in het onderwijs. Deze kinderen leren echter niet stapsgewijs, maar vanuit het geheel.
Niet beetje bij beetje de materie uitleggen en dan toewerken naar de eindconclusie - zoals bij het net genoemde voorbeeld, maar meer van “ Jongens, dit is de eindbedoeling”. Dan kijken of ze het snappen.
Wat er nu in het onderwijs gebeurt, is dat hoogbegaafde kinderen mee moeten in het keurslijf van het Nederlandse onderwijs, dat maar voor 63,5% van de kinderen bedoelt is.
Van minderbegaafde kinderen verwachten we niet dat ze hier helemaal aan mee doen. Die krijgen een rugzak voor extra hulp als het te moeilijk voor ze is. Redden ze het zelfs niet met een rugzak dan is er in Nederland de mogelijkheid van speciaal onderwijs, zonder extra kosten voor de ouders.
Voor het hoogbegaafde kind, met een spiegelbeeld ontwikkeling ten aanzien van het minderbegaafde kind, zijn er geen standaard voorzieningen. Ouders mogen hopen op inzicht, expertise en inzet van de school. Bovengenoemde AOB onderzoekscijfers geven hier het manco in het systeem aan.
Soms hebben ouders mazzel en is er een Plusklas op school voorhanden. Dan kan het kind een dagdeel in de week wel krijgen wat het nodig heeft. Helaas is dat maar een paar uurtjes in de week. Ouders die geld hebben kunnen eventueel extra hulp buiten school inkopen via een particuliere Plusklas.
Voor een deel van de kinderen kan dit er voor zorgen dat ze het vol houden op de gewone school. Het is echter niet wat ze echt nodig hebben: full time passend onderwijs, oftewel een speciaal onderwijs school.
Het rare in Nederland is dat we er geen seconde aan zouden denken om ouders die een minderbegaafd kind hebben zelf de portemonnee te laten trekken. Het kind kan er toch niets aan doen en iedereen heeft toch recht op passend onderwijs.
Voor een hoogbegaafd kind ligt dit blijkbaar anders.
In tegenstelling tot in vele andere landen is hoogbegaafdheid hier een luxeprobleem. Ouders hebben mazzel met zo’n kind, die komt er vast wel uit zichzelf.
Onderzoek wijst het tegenovergestelde uit: maar 16% van de hoogbegaafde jongeren eindigt succesvol met een universitaire opleiding (Stichting Plato, 1978). 84% haakt dus af. Nederland lost dit verlies voor de kenniseconomie op door expertise uit het buitenland te halen.
Een ander argument tegen speciaal onderwijs voor hoogbegaafde kinderen is dat het ze isoleert van de maatschappij. Ze zitten de hele dag als nerds bij elkaar en daar worden ze knap wereldvreemd van. De Leonardo afdeling woont echter in bij een gewone school, zodat men wederzijds iets van elkaar kan leren en de kinderen samen op het plein kunnen spelen.
In de praktijk blijken de Leonardo kinderen het heerlijk te vinden om met ontwikkelingsgelijken bij elkaar te zitten. Het gaat daardoor een stuk beter op het schoolplein, en ook daarbuiten. Dit omdat ze lekkerder in hun vel zitten omdat het keurslijf weg is, ze dat krijgen wat nodig is op een bij hun passende manier en ze niet langer de enige in de klas zijn die anders denken en zijn. Voor het eerst vinden ze dingen moeilijk op school.
Wetenschappelijk onderzoek van het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek (CBO) en het Instituut voor Toegepaste Sociologie (ITS) van de Universiteit van Nijmegen (2005) heeft aangetoond dat het eigenlijk ook anders moet:
"de beste resultaten van onderwijsaanpassingen voor hoogbegaafde leerlingen worden gevonden waar de leerling buiten de reguliere groep werd geplaatst, bijvoorbeeld een plusklas of een aparte klas of school voor hoogbegaafde leerlingen; daar krijgen leerlingen een deel van of de hele week een ander, speciaal op hen toegesneden, onderwijsaanbod"
Ik ben dus voorstander voor speciaal onderwijs scholen voor hoogbegaafde kinderen, net zoals ik voorstander ben van speciaal onderwijs scholen voor minderbegaafde kinderen.
Het is alleen jammer voor het hoogbegaafde kind dat de regering het onderwijs voor het minderbegaafde kind wel volledig vergoed en dat van hun niet.
Zolang dat niet zo is blijven we hangen in geroep dat het een luxe probleem is.
Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info

Geen opmerkingen:
Een reactie posten